Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 20 min geleden

Bhajan Bhoy – Shanti Shanti Shanti (2022)

di, 11/22/2022 - 17:01

Ajay Saggar is sinds de jaren tachtig actief in meerdere bands en als geluidstechnicus te vinden achter de mengtafel bij onder meer Dinosaur Jr. en Animal Collective. De non-stop productieve muzikant uit Krommenie bracht begin deze maand onder de naam Bhajan Bhoy de cassette Shanti Shanti Shanti uit.

Dertig jaar na zijn eerste officiële cassette-uitgave met de band Donkey, vond Ajay Saggar het weer tijd voor een nieuwe cassette, ditmaal met zijn soloproject Bhajan Bhoy. Shanti Shanti Shanti is het derde deel van een drieluik en het vervolg op debuutalbum Bless Bless (2020) en de EP That Summer Oh Creator! (2020). Saggars inspiratiebronnen komen ook buiten de muziek, van escapistische populaire cultuur tot politiek en religie. De stem van acteur Lee Van Cleef in spaghettiwestern Day Of Anger (1967) opent het door Ennio Morricone beïnvloede slotnummer Van Cleef Dub. Stokely’s Rebellion werkt toe naar een speech van de Afro-Amerikaanse activist Stokely Carmichael (it’s not a riot, it’s a rebellion), met als ondergrond een soundscape die mij deed herinneren aan de dreigende opening van SPK’s album Zamia Lehmanni uit 1986.

Bij muziek van Bhajan Bhoy weet je van tevoren nooit precies wat je te wachten staat. Net als bij het bespreken van films is het lastig om spoilers te vermijden. Op Shanti Shanti Shanti worden diverse muziekstromingen vrijelijk afgewisseld en gecombineerd. Red, Green & Gold wordt aangedreven door spaced out dub techno. Kraut kruipt op elektronische wijze door Kosmos Klub. I Love You So is ceremoniële ambient die, wakker geschud door een soulsample, richting hogere regionen zweeft, geholpen door Aziatische klassieke klanken (de shakuhachi van gastmuzikant Ab Baars) en een vrije drumsolo.

Sagar heeft als solist volledige muzikale vrijheid. Hij verwerkt op gedoseerde wijze vele invloeden uit diverse windstreken. Oosterse instrumentatie, ambient drones en koorzang vormen een eenheid in hoogtepunt Won’t You Wait?, dat wordt gedragen door een hammered dulcimer. De vermenigvuldigde vocalen van zangeres Holly Habstritt Gaal benadrukken het spirituele vuur waar het album van is vervuld. Het nummer klinkt als een eerbetoon aan de toegewijde vocale muziek van Alice Coltrane. Shanti Shanti Shanti is een gevarieerde kosmische trip met een positieve uitstraling om donkere tijden mee te verlichten.

De cassette is uitgebracht in een beperkte oplage van 100. Een vinylversie staat in de planning.

Concerten in het laatste weekend van oktober 2022: KURWS, Orphax en Popronde Hoorn

wo, 11/02/2022 - 16:45
KURWS

Halverwege de werkweek is het nog net niet te laat om terug te blikken op het afgelopen muziekweekend, met een Poolse avond van Yugofuturism in OCCII, Orphax in IJburg en jonge bands tijdens de Hoornse editie van de Popronde.

Yugofuturism in OCCII Amsterdam (vrijdag 28 oktober 2022)

De Poolse muziekavond in OCCII ging vrijdag van start met een Nederlandse opwarmer die koud op het dak viel. Het gitaartrio Demetriou/Knap/Schuurman was geslonken tot een duo omdat George Demetriou vanwege ziekte had moeten afzeggen. Zonder zijn inbreng dobberden David Knap en Luka Schuurman stuurloos rond. De twee wreven al improviserend over de snaren, van het ene halve ideetje overspringend naar het andere, geen moment het idee gevend dat ze hun instrumenten ook maar een beetje beheersten. Muzikale vrijheid is een nobel streven, maar er zijn grenzen. De avond begon pas echt met het Pools/Nederlandse duo ZDRÓJ. Jakub Zasada daagde drummer Sebastiaan Janssen uit met korte, herhalende, percussieve gitaarflarden die voor een deel door een sampler werden afgevuurd. Soms sloeg Janssen bewust tegen de wind in door accenten anders te leggen dan zijn muzikale partner, maar voor het merendeel liet de drummer zich niet uit zijn evenwicht brengen. Hij ging tijdens de korte improvisaties met snelle dansbare partijen helemaal op in het tollende gitaargeweld. De muzikanten waren zelf nog het meest verrast wanneer ze na elke korte sprint de finishlijn ongeschonden hadden gehaald.

De avond van Yugofuturism werd glorieus afgesloten door het virtuoze trio KURWS uit Wrocław. De band speelde onder meer instrumentale nummers van het recente album Powi​ę​ź / Fascia. Gitarist Hubert Kostkiewicz , bassist Jakub Majchrzak en drummer Dawid Bargenda kozen binnen een compositie regelmatig elk hun eigen route, zodat het schuurde tot de vonken ervan af vlogen. De gitaristen hielden hun loopjes zo strak dat er zelfs eenheid was te ontwaren tijdens de meest chaotisch lijkende momenten. En anders hielden de overdonderende roffels van de drummer de boel wel bij elkaar. De manier van spelen deed denken aan de manier waarop Steve Reich melodieën en ritmes in zijn composities laat verschuiven. Aan de diverse manieren van dansen in de zaal kon je zien wie in het publiek welke muzikant volgde. Niemand speelde een hoofdrol in de band, maar het spel van Bargenda was wel een klasse apart. Ook in de lange nummers bleef hij overzicht houden.

Orphax in Factor IJ Amsterdam (zaterdag 29 oktober 2022) Orphax voor aanvang van zijn set in Factory IJ

Na de overvloedige noten en het lawaai in OCCII was het prettig om een dag later in kunstcentrum Factor IJ op IJburg tot bezinning te komen bij de minimale ambient en drones van Orphax. Orphax nam vorig jaar op dezelfde locatie live zijn album Less Is More op. Op de hoes prijkt het kunstwerk Moving Black (1985) van Wladimir Zwaagstra. Het ligconcert afgelopen zaterdagmiddag was te midden van de tentoonstelling Maximaal Minimaal die geheel aan het werk van Zwaagstra is gewijd. De meeste bezoekers hadden een plek op de vloer gevonden en daar een matje en kussen neergelegd. Less Is More was ook goed zittend op een stoel te ondergaan.

Less Is More bestaat uit lang ijle drones. Noten en akkoorden gaan heel langzaam in elkaar over. Met de ogen dicht stelde ik me een reis over een lange, lege en rechte weg voor waarbij aan de horizon een nieuw landschap opdook dat zeer geleidelijk steeds dichterbij kwam, terwijl het vorige landschap in de achteruitkijkspiegel uit beeld verdween. Sommige notencombinaties zorgden voor ritmische trillingen. Ze deden op een gegeven moment ook de ongebruikte zwarte vleugelpiano tot kraakgeluiden verleiden. Vrij snel leek de muziek zich meer in mijn hoofd af te spelen dan daarbuiten. Het is was niet altijd meteen duidelijk of geluiden deel uitmaakten van de performance. Soms glipten de bel van een tram of het geclaxonneer van passerende auto’s tussen de kieren van ramen de galerie binnen. Elke beweging die binnen het pand werd gemaakt, klonk extra hard. Als er een spin achter me over de muur had getrippeld, zou ik dat zeker ook gehoord hebben. Toen een telefoon bij een van de aanwezigen afging, ging het volume op het mengpaneel iets omhoog om andere mogelijke stoorzenders bij voorbaat te overstemmen. De liggende noten werden spaarzaam aangevuld met lange lage loopjes en een paar verdwaalde hoge synthetische noten. Muziek van Orphax nodigt uit tot een diepe slaap, maar ik heb niemand horen snurken.

Maximaal Minimaal is nog tot 12 november 2022 gratis te bewonderen in Factor IJ, Pampuslaan 11 in Amsterdam.

Popronde Hoorn (zondag 30 oktober 2022) all dogs go to heaven

De meeste mensen van het winkelende publiek in Hoorn wisten niet dat hun koopzondag muzikaal werd omlijst door een nieuwe editie van het rondreizende festival de Popronde. Hoorn laat je horen! werd meer dan eens vanaf het podium geroepen naar de muziekliefhebbers die de hele middag en avond in het overzichtelijk stadscentrum van de ene locatie naar de andere liepen. De muzikanten speelden binnen terwijl buiten de terrassen vol zaten. Een enkele winkelaar kwam even om de hoek kijken bij de ingang van GOOS waar singer-songwriter all dogs go to heaven zijn hart luchtte en ernstige Engelstalige liedjes afwisselde met lichtvoetiger Nederlandstalig repertoire.

IKIGA

Bij café Vièra werd op het grote beeldscherm een voetbalwedstrijd vertoond tijdens het optreden van het Limburgse trio IKIGA. Zangeres/gitarist Indira Paping kon er de lol wel van inzien en speelde onverschrokken stevige alternatieve rock. Ze stond bij de ingang opgesteld en wenkte tijdens het spelen mensen naar binnen en zwaaide mensen uit die buiten een momentje nodig hadden om hun nicotinegehalte op peil te houden. Het gemak waarmee de band speelde, verraadde een afgeronde opleiding bij een van de popmuziekopleidingen in de Benelux.

Mood Bored

De drie muzikanten van Mood Bored kennen elkaar van de Rockacademie. Het jonge trio deed in locatie Het Huis Verloren tijdens droefgeestige droompopliedjes denken aan Amber Arcades en tijdens blijmoedige nummers vooral aan Pip Blom. Gitarist Daan Stuyven liet zijn melodieën en akkoorden middels effectapparatuur rijkelijk uitwaaieren en nam daarmee een prominente rol in het totaalgeluid voor zijn rekening. Volgens het programmaboekje speelde Shaemless postpunk, maar dat bleek een wel heel erg breed begrip voor de weinig gevarieerde, primaire rock in het zaaltje van Backstage. Twee medewerkers van het Hoornse team Handhaving stapten uit hun dienstauto om persoonlijk even te vragen hoe lang het lawaai nu eigenlijk ging duren.

Wasted Youth Club

Postpunk slaan we volgend jaar over, maar garagebands stellen tijdens de Popronde vrijwel nooit teleur. We waren ruim op tijd terug in het festivalhart voor Wasted Youth Club. ’t Kroegie tegenover de Grote Kerk was eigenlijk te klein voor de Gelderse band. Mensen stonden verderop in het volle café op stoelen of tafels om een glimp op te vangen van de muzikanten en de moshpit die steeds wilder werd. Een fanatiek spuwende rookmachine ontnam voor een deel het zicht op wat zich in de ruimte afspeelde. Vooraan moest een deel van het Halloween-decor eraan geloven. Het garagegeluid van Wasted Youth Club wijkt soms af richting pretpunk. Daar kun je me in een kil jongerencentrum niet mee op temperatuur krijgen, maar in deze intieme setting werkte het uitstekend. De vier muzikanten, aangevoerd door de bezeten gitarist/zanger Sven van Vessem, waren van plan een feestje bouwen en dat werd het dan ook.

This is not ADE: Geo, The Homesick, T’iju T’iju & Andy Moor (21 en 22 oktober 2022)

di, 10/25/2022 - 14:35

Amsterdam Dance Event (ADE) veroorzaakte afgelopen weekend op meerder locaties in de stad voor lichte aardschokken. Mensen die minder trek hadden in druk festivalgewoel konden terecht in kleine, soms verborgen zalen elders in de hoofdstad. De Nieuwe Anita presenteerde vrijdag twee bands onder de kop AADE (Alternative Amsterdam Dance Event) en MOLK Factory had zaterdag vrije improvisatoren op het programma in een verstopte kerk nabij Artis.

De Nieuwe Anita (vrijdag 21 oktober 2022)

Gitarist Michiel Klein is momenteel ondergronds succesvol als lid van het Rotterdamse kwartet Lewsberg. Al een paar decennia zet hij het publiek op het verkeerde been met zijn tegendraadse bands. Ik zag ik hem meerdere keren spelen in Adept, Bonne Aparte en Eklin en dat was altijd de moeite waard. Ook vrijdag stelde hij in de kelder van De Nieuwe Anita niet teleur als onderdeel van de Groningse band Geo. Zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken stond hij links op het podium zeer gecontroleerd korte riffs af te wisselen met atonale solo’s en schrapende gitaarnoise. Met Geo laat hij zich inspireren door de postpunkfunk uit de periode rond 1980. De band klinkt soms in de verte als Britse band A Certain Ratio en put grotendeels uit de no wave van bijvoorbeeld James Chance & The Contortions, maar dan zonder blazers.

Drummer Gijs Deddens sloeg vierkante ritmes op elektronisch drumstel, aangevuld door elektronische percussie en spaarzaam toetsenwerk van Ype Zijlstra. Maud van Maarseveen beperkte swingende basloopjes tot de hoogst noodzakelijke noten. Besnorde zanger/gitarist Jorne Visser was blikvanger in het midden op het podium, met schalkse praatzang en soms uitbarstend als een gepikeerde Dalek. Geo houdt het geluid kaal door gitaarpartijen meestal af te wisselen in plaats van op te stapelen en door lege plekken toe te voegen binnen de arrangementen. Die kaalheid maakt de korte nummers extra dansbaar. De band wist het binnendruppelende publiek met gemak in beweging te krijgen, inclusief leden van het Friese trio The Homesick.

Elias Elgersma en Erik Woudwijk van The Homesick

Sommige muzikanten van Geo gingen op hun beurt voetje van de vloer bij het optreden van The Homesick. Sinds kort vormt elektronica de basis van de band. De nummers klinken als spontane remixen, zoals eerder te horen was tijdens het verrassende optreden op het festival Curly Teeth. De songteksten werden overwoekerd door pulserende oprispingen uit synthesizers en samplers van Elias Elgersma (links) en Jaap van der Velde (rechts). De muzikanten verwerkten de muziek via mengpanelen en effectapparatuur tot langgerekte indie dub. De centraal opgestelde drummer Erik Woudwijk smeedde de geluiden van zijn bandgenoten tot een eenheid met strak en geconcentreerd gespeelde partijen. Zijn imposante spel ging zo volledig op in elektronische geluiden, dat het leek alsof hij fysiek in de machinerie was opgegaan.

MOLK Factory (zaterdag 22 oktober 2022)

Plantage Doklaan 8-12, om de hoek bij Artis, is uitvalsbasis van MOLK Factory. Er heerst een gemoedelijke, bijna huiselijke sfeer. Via een deur achter in het café/restaurant betreed je de voormalige Plantagekerk die is omgedoopt tot Dokzaal. Het wit geschilderde interieur biedt MOLK Factory ruimte voor concerten die je naar keuze zittend of liggend kunt ondergaan. De akoestiek in de ruimte gaf openingsact T’iju T’iju zaterdagavond een weids geluid dat uit meer hoeken leek te komen dan alleen de twee waar de speakers stonden opgesteld. T’iju T’iju is het soloproject van Jochem van Tol, een van de leden van het duo Soon. Zijn set opende in het halfduister met twee, in elkaar overlopende tracks waarin industrieel knisperende elektronische klanken overgingen in samples van uitgerekte flarden klarinet die werden verdraaid en verbogen met behulp van een modulaire synthesizer. Met de ogen gesloten leek het soms alsof je bedrijvigheid hoorde in een verafgelegen haven. In de door de aanwezigen afgedwongen toegift werden samples van een akoestische bron (ditmaal de sprinkhaan waar de naam T’iju T’iju naar verwijst) gecombineerd met ongrijpbare, synthetisch voortgebrachte geluiden. Van Tol speelt eigenlijk liever samen met andere muzikanten, maar dat maakte zijn eerste solo-optreden niet minder geïnspireerd.

Andy Moor

De performance van gitarist Andy Moor (The Ex) bracht ons naar geïndustrialiseerde gebieden aan de rand van de stad. Achter de muzikant werden tegen de grote witte muur in elkaar overvloeiende zwart-witfoto’s geprojecteerd van industriële complexen in verval of (weder)opbouw. Grijze luchten werden doorstreept met lijnen van kale stalen constructies en kabels. De schaduw van Moor bewoog met gitaar in de handen voor de projecties heen en weer. De fotoreeks was niet louter decoratief. Beelden en muziek sloten op elkaar aan. De gitarist deed het staal en de kabels trillen en tegen elkaar aan schrapen. Bastonen verplaatsen zich over de vloer en deden de plekken resoneren waar het publiek was gaan zitten of liggen. De landschappen en luchten waren een abstract schilderij geworden en leken niet meer op zichzelf, net zoals de gitaar veelal niet als gitaar klonk, maar als een machine die brommend, kreunend, schurend en sputterend uit elkaar viel en weer overeind klauterde. Op andere momenten koos Moor voor verstilling of voor speelse elementen, door bijvoorbeeld een dictafoon voor de snaren te houden en een opname af te spelen van een liedje uit een ander werelddeel. Dankzij de grote, galmende zaal maakte de combinatie van beeld en geluid extra indruk.

Hoogtepunten uit 30 jaar OCCII (deel 2): Lightning Bolt in 2004

di, 10/11/2022 - 09:44

Het Amerikaanse noiseduo Lightning Bolt speelt meestal niet op een podium. In plaats daarvan zetten drummer Brian Chippendale en bassist Brian Gibson hun instrumenten en versterkers het liefst tussen de concertbezoekers. De uitbundige chaos die ze daarmee creëren, komt het best tot z’n recht in kleine, opeengepakte zalen. OCCII in Amsterdam was wat dat betreft op zaterdag 16 oktober 2004 de ideale locatie.

Naar de bliksem: Lightning Bolt vloert OCCII

Voor de derde keer zwaaide de jongen zijn gevulde bierflesje als een vlag boven zijn hoofd. De kleine man naast hem zwiepte wild met zijn bezwete lange haren. De drank spatte in een van mijn oren en ik proefde andermans transpiratie op mijn bovenlip. Ik hield mijn eigen bierflesje als bescherming tegen de borst geklemd. Door het geduw en getrek in de kluwen mensenvlees borrelde het bierschuim naar boven, bruisend over mijn hand. Links probeerden opeengestapelde bezoekers zich overeind te houden door dicht tegen elkaar te blijven staan. Rechts van me vochten tientallen opgewonden grijnzende jongeren in een woeste dans om het beste plekje bij het uit het zicht onttrokken drumstel.

Zelfs dicht bij de actie, op rij tweeënhalf, kon ik nauwelijks een glimp opvangen van drummer Brian Chippendale. Hij bleef half verborgen achter op en neer springende haarbossen en kale bollen. Spiekend tussen kieren van de hoofden voor mij, zag ik iets meer van kleine bassist Brian Gibson (type Spike Jonze). Hij deelde onverstoorbaar zware dreunen uit door zijn vingers vliegensvlug te bewegen over de snaren en zijn basnoten te versterken door middel van een stuk of vijf offensief opgestelde speakers. Het Amerikaanse duo Lightning Bolt stond op de zaalvloer en maakte de omringde kring publiek helemaal gek met vaardige uitgevoerde, hectische noise.

De Europese tournee van de twee Brians is een succesvolle onderneming. De zalen zijn te klein voor het Amerikaanse duo. OCCII werd overdag overspoeld door telefoontjes van fans uit Nederland en ver daarbuiten met de vraag hoe laat het optreden ’s avonds exact zou plaatsvinden. Na afloop van het concert hoorde ik dat bezoekers die te laat waren gearriveerd de toegang geweigerd moest worden. OCCII puilde uit. Voor de eerste keer telde ik voor alle zekerheid hoeveel passen ik nodig had om de nooduitgang links naast het ongebruikte podium te bereiken. Om enigszins zicht te hebben op de twee muzikanten waren een paar jongens op de mengtafeltoren geklommen. Anderen hielden zich in evenwicht tussen de cd’s, lp’s en T-shirts op de tafels vol merchandising of stonden op het bankje tegen de muur achter de opeengestapelde versterkers. Vanaf het lege podium waren de verrichtingen van de band ook goed te volgen.

Op veilige afstand leek het alsof de onrustige menigte zich had overgegeven aan een heidens ritueel, de armen regelmatig in de lucht en de hoofden op en neer buigend, alsof ze afgoden aanbeden. De bassende afgod gooide razendsnel gonzende bastonen over ritmische feedback. De drummende afgod droeg tijdens de eerste helft van het lange optreden een stoffen masker. Zijn woeste ogen priemden uit twee gaten. Waar normaal gesproken zijn mond was, waren nu de contouren van een microfoon zichtbaar. Hij schreeuwde zwaar vervormd en daardoor onverstaanbaar, onderwijl extreem snel roffelend op het over de vloer verschuivende slagwerk.

Het klonk alsof de Brians in rap tempo, buitensporig luid en unisono, een lange solo speelden, als een hechte ritmesectie van een metalband die op de hielen werd gezeten door stromend lava. Lightning Bolt was als het gapende gat van een vulkaan waar mensen omheen dansten, elkaar behoedend voor een val in het vuur. Fotografen hielden, voor zover mogelijk, de wildste dansers op veilige afstand, ondertussen lichten flitsend op de maat van het lawaai. Brian Chippendale gooide zijn masker af en hield de microfoon vast tussen zijn tanden. Tegen het eind van de set trok hij zijn drumstel verder de meute in, alsof hij ons wilde uitnodigen een duik te nemen in de apparatuur.

Het moge duidelijk zijn dat een optreden van Lightning Bolt niet zomaar een concert is. Door simpelweg te weigeren op een podium te spelen, is elk optreden een fysieke happening. Bij elke show houdt de band de afstand tussen muzikant en publiek zo klein mogelijk. Het publiek is een onlosmakelijk onderdeel van de show. Zelfs aanwezigen die normaal gesproken weinig op hebben met de naar hysterische Ruins riekende techneutenhardcore stonden na de energiestoten van Lightning Bolt te glunderen als peuters die met hun handen in een grote slagroomtaart mochten trommelen.

Als je een beetje een idee wilt krijgen van het spektakel dat Lightning Bolt live teweegbrengt, bekijk dan zeker de documentaire The Power of Salad & Milkshakes over de Amerikaanse tour van het duo in 2003. De hierboven gebruikte foto’s zijn stills uit deze video.

Een versie van dit verslag werd in oktober 2004 gepubliceerd op de oude site van De Subjectivisten.

Hoogtepunten uit 30 jaar OCCII (deel 1)

vr, 10/07/2022 - 09:35
OCCII-jubileum in Willem de Zwijgerkerk (1 oktober 2022)

Onafhankelijk cultuurcentrum OCCII vierde vorige week het 30-jarig bestaan met diverse activiteiten binnen en buiten het monumentale pand aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. Het jubileum is een ideale aanleiding om enkele hoogtepunten uit de periode 1994-2022 uit mijn archief te selecteren.

Twee jaar na opening betrad ik op 16 december 1994 voor het eerst de concertzaal van OCCII. De Britse band Laika stond op het programma. Van het concert kan me niets meer voor de geest halen. Ik herinner me nog wel vaag de jonge honden van Duitse industriële rockband Think About Mutation tijdens mijn tweede OCCII-bezoek op 20 januari 1995. Industrial associeer ik met duister en zwaarmoedig, iets waar de opgewekte bandleden op het fel verlichte podium geen last van hadden. De derde keer OCCII was vier maanden later en behoort tot een van mijn favoriete concertavonden.

Melt Banana, Jim O’Rourke (solo), U.S. Maple (4 mei 1996)

Het Amerikaanse label SKiN GRAFT Records presenteerde een avond met drie acts. Melt Banana was voor mij de belangrijkste reden voor het fietstochtje naar de Amstelveenseweg. De Japanse band – met onder meer de onverstaanbare, hoge staccato-uithalen van vocaliste Yasuko, kleine bassiste Rika in een winnend gevecht met haar veel grotere instrument en gitarist Agata met onafscheidelijk mondkapje – speelde de compacte noisepunk snel en bedreven en voerde die avond ook het blokje uit met nummers van enkele seconden, zoals ze de rest van hun carrière zouden blijven doen. Gitarist Jim O’Rourke deed een introspectief solo-optreden, inclusief veel te lange, naar een anticlimax toewerkende mop over een clown. De muzikanten van U.S. Maple stonden voornamelijk op de vloer voor het podium en omsingelden daar enigszins intimiderend het handjevol publiek. Tijdens een van de pauzes werd ik op de hoek van de bar heel langzaam en weinig subtiel van mijn kruk gedrukt door de lange labelbaas Mark Fischer van SKiN GRAFT, terwijl hij tegen de muur in conversatie was met deze of gene. Ik weet nog steeds niet welke boodschap hij daarmee wilde overbrengen.

Het duurde lang voordat ik weer richting OCCII ging. Blijkbaar sprak de programmering van Paradiso, Melkweg, Sleepin’ Arena en PH31 me meer aan. Misschien had ik geen zin om ver te fietsen en ging ik liever in de buurt van huis naar bands, zoals in AMP aan het Azartplein, Amstel Studio aan het Rembrandtplein en op loopafstand het gekraakte Entrepotdok tegenover Artis, waar ik in oktober 1999 voor de derde keer Melt Banana zag. Pas in maart 2000 stond OCCII weer in mijn agenda, omdat collega’s daar met hun bands een avond hadden georganiseerd. Verder zag ik veel lokale helden, zoals Labdog (met gitarist Danny O’Really), Louisa Lilani & John Prop, zea, Pfaff, Voicst, Gone Bald, Soda P, Zoppo en natuurlijk The Ex, die ik voor het eerst in OCCII zag optreden met Han Bennink.

In 2002 zorgden onder meer Bratmobile, Arab On Radar, Oxes, het festival Ladyfest, Nina Nastasia, Degenerate Art Ensemble en The Swirlies voor de nodige muzikale opwinding. De eerste totaal uitverkochte OCCII-show die ik meemaakte, was van Canadese knoppendraaier Venetian Snares.

Julie Doiron (15 februari 2002)

Concerten in OCCII begonnen vroeger pas heel laat op de avond, tot grote teleurstelling en frustratie van bezoekers van buiten de stad. Vanwege de late start kon ik op 15 februari 2002 eerst in Fantasio aan de Prins Hendrikkade de opening meemaken van een tentoonstelling met Vera-posters. Daarna volgde een haastige rit op de fiets door winters Amsterdam voor het optreden van Herman Düne in OCCII. Bij binnenkomst had ik snel door dat die band al geweest was. De rest van de line-up kende ik niet. Nietsvermoedend naderde ik het podium, om me vervolgens de adem te laten benemen door het solo-optreden van Canadese singer-songwriter Julie Doiron (ex-Eric’s Trip). Wat ging er een kracht uit van de kleine vrouw met bleek gelaat. Ze beschermde zich tegen de kou met een grote sjaal om de nek. Ze zong zacht liedjes waarin ze zo openhartig en intiem haar geliefde toesprak, dat je het gevoel kreeg zelf die geliefde te zijn en dat ze speciaal voor jou haar hart opende.

De stem van Doiron streek als een aai langs slaap en wang. I’m sorry, zei ze en ze lachte omdat we niet begrepen waarom ze zich tussen twee nummers verontschuldigde. Ze wees naar haar buik en vertelde dat ze over enkele maanden haar kind verwachtte en dat het rond het avonduur flink bewoog daarbinnen. Het gevoel maakte haar een beetje duizelig. Doiron had daarnaast heimwee naar Canada. Ze reisde nu al een maand lang met haar labelgenoten en keek uit naar de terugreis. Met ingehouden emotie zong ze haar wachtende familie toe vanaf de andere kant van de oceaan. Julie Doiron speelde veel Engelstalige nummers, onder meer afkomstig van haar vierde album Heart and Crime (2002). Andere liedjes kwamen van haar eerdere, voornamelijk Franstalige album Désormais (2001). Die plaat bevat een half uur aan verstilde, bijna gefluisterde liedjes, aangevuld met spaarzame drums, piano, orgel, trompet en elektronische effecten. Doiron zingt zeer dicht bij de microfoon en weet een desolate sfeer op te roepen.

Julie Doiron zei het niet erg te vinden dat er achter in OCCII gekletst werd. Ze putte kracht en warmte uit de aandacht die ze voelde in de voorste rijen. Een paar keer wist ze zelfs respect af te dwingen bij de barbaren aan de bar. Met een paar eenvoudige gitaarakkoorden en enkele rake zinnen beroerde ze onze traanklieren. Zelfs als je maar een beetje Frans machtig was, kwam een liedje als Le Piano woord voor woord hard binnen.

I’m Being Good en Trumans Water (22 maart 2002)

De kwajongens van Trumans Water houden wel van een biertje. Ze zijn in de OCCII flink aan de fles tijdens het voorprogramma. De dronkaards kunnen het niet nalaten luid commentaar te geven vanaf de zijlijn. Even later gaan ze om beurten pal voor het Britse voorprogramma I’m Being Good staan voor de nodige opmerkingen, aanwijzingen en technische ondersteuning wanneer bijvoorbeeld in alle muzikale consternatie een plug uit een gitaar wordt getrokken. De zanger/gitarist van I’m Being Good zingt ondertussen zijn stem compleet aan gort. Hij doet dat met een verwrongen gezicht, zijn dunne lichaam scheef hangend voor de microfoon, zijn mond schuin geopend. Zijn ogen blijven verstopt onder woest, ongekamd krulhaar. De studentikoze, op Steve Shelley van Sonic Youth lijkende drummer gooit in een zeldzaam rustig improvisatiemoment bekkens op de bekkens. Als hij genoeg heeft van deze extra accessoires, laat hij ze luid kletteren in alle hoeken op het podium.

De leden van Trumans Water zijn niet de enigen die hardop commentaar leveren. De Silent Bob-dubbelganger in het publiek, staand naast de linker speaker, schreeuwt zijn bevindingen direct richting band. Tussen de nummers kijken de verwarde muzikanten niet begrijpend in zijn richting. Ze zetten maar weer een nummer in. Hun geconstrueerde wanorde zit op het randje van verval. Na hen doet hoofdact Trumans Water op iets meer maniakale wijze hetzelfde trucje. Slechts een enkele keer meen ik een nummer te herkennen van de vier albums en enkele singletjes die ik thuis in de kast heb staan. Trumans Water grossiert in primaire kreten. I want it now! I want it right now! gillen de mannen in Sorry About The Blood. De broertjes Branstetter trekken elkaar uit de modder en slaken een oerschreeuw zoals acteurs John Goodman en William Forsyth doen tijdens hun surrealistische ontsnapping uit de gevangenis in Raising Arizona.

De grimassen en onstuimige bewegingen van jongste broer Kevin verdienen geen schoonheidsprijs. De gitarist hobbelt en springt met stuipbewegingen op de onregelmatige cadans van de drummer. Vlak voordat de toegift wordt ingezet, komen de heren op adem door gedrieën vooraan op het podium staan, vergezeld door drummer Kevin Cascell in zijn Soul-Junk T-shirt. Ze roken een sigaretje en babbelen met het publiek. Het blijkt allemaal spel, niets is serieus. Trumans Water presenteert ons een clowneske interpretatie van de Amerikaanse underground. Er mag gelachen worden en dat doen we dan ook.

Wordt vervolgd.

Tropical Fuck Storm + Taraka in Paradiso (5 september 2022)

di, 09/06/2022 - 17:20

De Australische band Tropical Fuck Storm doet momenteel een uitgebreide tournee door Europa. Na het festival Into The Great White Open en Vera Groningen betrad het kwartet gisteren een goed gevulde grote zaal van Paradiso in Amsterdam.

De bij vlagen ontoegankelijke noiserock van Tropical Fuck Storm trekt een groter publiek dan ik had vermoed. Ik dacht dat het optreden maandagavond in de kleine zaal van Paradiso zou plaatsvinden en was opgewekt de trap op gelopen. Als de naam van The Wedding Present niet zo duidelijk op de backline stond afgedrukt, was ik tot ver na het voorprogramma boven blijven staan. Misschien was dat beter geweest, want de openingsact beneden in de grote zaal was geen succes. Het grote matras midden op het podium beloofde al weinig goeds. Taraka kwam op, verstopte zich onder het dekbed en bleef daar een tijdje liggen. Het optreden zou bijzonder zijn geweest als ze in slaap was gevallen. Helaas ging een wekker af en werd de zangeres door een onzichtbare mannenstem tot actie aangespoord.

Taraka deed een soloperformance. De begeleidende band stond op een bandje en klonk heel erg dun. De stem van de zangeres had ook weinig kracht. Ze besteedde meer aandacht aan uiterlijk vertoon dan aan gedenkwaardige melodieën. In elk liedje zong ze mee met de akkoorden, wat ik altijd beschouw als een zwaktebod. Taraka omschrijft zichzelf als een kruising tussen Kate Bush en Johnny Rotten, maar is meer de missing link tussen K3 en punkpop. De performance bestond uit poseren, springen, schudden met een imponerende haardos en een beetje ravotten met het beddengoed. Taraka is We’ve Got a Fuzzbox And We’re Gonna Use It zonder fuzzbox en Plastic Bertrand zonder trampoline. Het optreden duurde gelukkig niet heel lang.

Het volume werd danig opgekrikt bij Tropical Fuck Storm. Zo luid had ik een concert in jaren niet meer meegemaakt. Het pedaal van de bassdrum leek rechtstreeks op mijn borstkas gemonteerd en nam daar mijn hartslag over. Drummer Lauren Hammel gebruikte soms ook elektronische drumpads voor het oproepen van bastonen die het hele gebied rondom het Leidseplein lieten meetrillen. Het spel van de vaardige Hammel liet weinig ruimte over voor het soort nuances dat je verwacht na het beluisteren van het vorige album Braindrops (2019). Songteksten werden opgeslorpt door het lawaai en bleven daardoor onverstaanbaar voor wie het repertoire voor het eerst hoorde. De stevige nummers van het recente album Deep States (2021) zetten de toon.

Tropical Fuck Storm boeit het meest wanneer de muzikanten een route buiten platgetreden rockpaden blijven volgen. Het logo van Einstürzende Neubauten op de pols van zanger/gitarist Gareth Liddiard is een getatoeëerde verwijzing naar een experimentele inborst. Gitariste Erica Dunn voegde elektronische geluiden toe met een synthesizer. Doorgedraaide gitaarsolo’s mondden regelmatig uit in orgastische noise. De leden van Tropical Fuck Storm houden ook van pop, getuige de B-52’s-achtige koortjes en een coverversie van Staying Alive van de Bee Gees. Liddiard had tijdens een van de nummers even een handgemeen met de microfoon, maar ondanks de muzikale woede-uitbarstingen overheerste een positieve energie. Pas nadat de zanger het idee voor een moshpit opperde, begon het voor het podium levendig te kolken en bleef het tot aan het eind van het concert onrustig in de voorste regionen. Het concert zal niet in mijn jaarlijst van 2022 eindigen, maar dat neemt niet weg dat de hardwerkende Australiërs hun live-reputatie volledig waarmaakten.

Festival Curly Teeth in Centrale Markthal Amsterdam – Dag 1 (donderdag 1 september 2022)

zo, 09/04/2022 - 16:16
The Homesick

Het eerste weekend van september ging een dag eerder van start dankzij het tweedaagse festival Curly Teeth. De optredens vonden plaats op een uitgestrekt, niet openbaar toegankelijk terrein in Amsterdam-West. Het Food Center Amsterdam is een stad binnen een stad, met naast infrastructuur voor voedselvervoer ook een paar monumentale panden. Donderdagavond maakten negen bands in de Centrale Markthal deel uit van een zeer aantrekkelijk alternatief muziekprogramma.

Curly Teeth was een tweedaags muziekfeestje van Pip Blom en Willem Smit (Personal Trainer) in samenwerking met Markt Centraal in de Centrale Markthal van Food Center Amsterdam. Het festivalterrein kon je uitsluitend bereiken via een treintje op wielen. De toeristische route, over een met vrachtwagens bezaaid bedrijventerrein, ging onder meer langs het monumentale Koelhuis met de metershoge schildering van kunstenaar Keith Haring. Bij binnenkomst werd het publiek verwelkomd door braadlucht en sigarettenrook. De Markthal is blijkbaar een vrijplaats voor nicotinejunkies. Een derde van de ruimte was ingericht voor festivaldoeleinden, met onder meer twee podia, een cirkelvormige bar en een tafelvoetbalspel. Tegen de muur leunde een schoolbord met het tijdschema van de avond. Drie van de negen acts speelden in een hoger gelegen zaaltje dat werd verlicht door een grijnzende halve maan met een sigaret tussen de tanden.

a fungus

De Markthal is een galmbak. Daar had je alleen last van als je ver van het hoofdpodium bleef staan. Bij het naastgelegen tweede podium, met de naam Vlammenbar, voorkwam de overkappende tentconstructie dat het geluid tegen zijn eigen echo botste. De muziek van openingsband a fungus bleef daardoor compact en helder, zoals we het van de jonge Amsterdammers gewend zijn. De band speelde een tot dertig minuten ingekorte versie van de vertrouwde set. Opnieuw viel weer op hoe soepel de melodieuze zanglijnen werden gekoppeld aan de hevige gitaarnoise. Terwijl de zang het tentzeil streelde, zaagde de gitaar de houten ondergrond tot splinters.

Er zat lekker veel vaart in het festivalprogramma. De optredens volgden elkaar snel op. Tijdens de laatste maten van a fungus liepen we alvast via een halfduistere smalle trap naar het bovengelegen zaaltje waar Neighbours Burning Neighbours ging spelen. De bovenzaal was krap, kaal, donker en met minder zuurstof dan elders in het pand. Een ideale plek om te worden overvallen door compromisloos kabaal. De Rotterdamse band begon op volle kracht met ongenadig hard gespeelde riffs en nog hardere klappen op de drums. Het geluid kon niet ontsnappen uit kleine ruimte. Sommige bezoekers zochten een veiliger heenkomen, terwijl anderen juist dichterbij kwamen om zich door de muziek te laten overmeesteren. Links naast het podium, relaxed zittend tegen de muur, liet een van de achterblijvers zich inspireren tot het maken van een kleurige tekening waarin de felle vocale en instrumentale wisselwerking tussen beide gitaristen werd vastgelegd.

Canshaker Pi

Na het intense optreden van Neighbours Burning Neighbours moesten we even bijkomen en lieten we de volgende band een beetje langs ons heen glijden. Vanaf een afstand zagen we hoe de reünie van Canshaker Pi de massa nabij het podium in beweging zette en tot meezingen uitnodigde. Te oordelen aan het grote aantal muzikanten, inclusief twee drummers, waren alle voormalige bandleden opgetrommeld om van de eenmalige hereniging een geslaagd feest te maken. We waren ondanks een paar biertjes nog te nuchter om enthousiast te worden over de besnorde discoclowns van het duo Getdown Services uit Bristol. Via de open deur van de nabijgelegen caféruimte zagen we de twee hun shirts uittrekken en glimmen als Turkse worstelaars.

Lena Hessels

Lena Hessels putte in de bovenzaal voornamelijk uit nummers van haar vorige ep if not now. Haar dansbare elektronische repertoire is mijlenver verwijderd van het gitaarlawaai dat haar vader in The Ex maakt. Vader en dochter delen wel dezelfde podiumuitstraling, met ontwapenende glimlach en onuitputtelijk spelplezier. De zangeres liet zich belichten door een speciaal voor haar geconstrueerde installatie, een draagbare versie van het gevaarte op de hoes van Queens single Don’t Stop Me Now. Interessanter dan het lichtspel was het visuele en muzikale contrast tussen Lena Hessels en producer Tender Blom. Hij stond haar bij als een Tom Hardy in de rol van Bronson en accentueerde de zwaardere beats uit de laptop door kreten toe te voegen. De wisselwerking tussen lieflijk en ongetemd leverde op de beste momenten een prettige spanning op.

Sports Team was de tweede Britse act van de avond. We hadden eerder tijdens Canshaker Pi proefondervindelijk geleerd dat een plek vlak bij het podium een goed geluid garandeerde. Aan de zijkant van het podium was ook nog eens ruimte zat. Terwijl het merendeel van de zaal uitgelaten hoste op de ongecompliceerde, onstuimige alternatieve rock, keken wij gefascineerd naar toetsenist Ben Mack. Hij hield zijn ogen verborgen achter een zonnebril en toonde geen enkele emotie. Als zijn toetsenspel even niet nodig was, pakte hij een tamboerijn of rustte hij bewegingloos tegen de achterkant van het podium. Mack oogde meer als een geheim agent dan als een muzikant.

Sports Team

De grootste verrassing van de avond was de nieuwe set van het Friese trio The Homesick. De band bracht een paar jaar geleden een album uit bij het Amerikaanse label Sub Pop en had de grote pech om dat te doen vlak voor aanvang van de pandemie. The Homesick heeft zichzelf onlangs opnieuw uitgevonden. Gitaren hebben plaats gemaakt voor compacte elektronische apparatuur en mengpanelen. Ik hoorde sporen van Animal Collective, latere Liars en vroege Cabaret Voltaire. Liedjes zijn niet meer uitgangspunt maar uitvalsbasis voor muziek die kolkt rondom de dansbare groove van drummer Erik Woudwijk. Muzikanten en vocalisten Jaap van der Velde en Elias Elgersma bouwden de nummers op zoals je dat eerder verwacht van een danceproducer dan van een rockband. Desondanks rockte de set met dezelfde zelfverzekerdheid als in de begintijd van de band. Het optreden had gerust minstens twee keer langer mogen duren.

Het imponerende The Homesick was voor ons een mooie afsluiter van de eerste festivaldag. Curly Teeth ging nog dieper de nacht in met Parker Fans, maar toen zaten wij al in het toeristentreintje terug richting ochtendgloren en een nieuwe werkdag.

Wax and Wane live in Vera Groningen (13 augustus 2022)

wo, 08/17/2022 - 09:21

Er bestaan grofweg twee soorten coverbands. Het ene soort is niet veel meer dan een verdienmodel. Daartegenover staan coverbands die worden opgericht uit louter liefde voor muziek. Wax and Wane behoort tot de tweede categorie. De gelegenheidsformatie had dit jaar enkele nummers van Cocteau Twins ingestudeerd voor een eenmalig optreden dat afgelopen zaterdagavond plaatsvond in Vera Groningen

Muziek van de Schotse band Cocteau Twins (1979-1997) is niet eenvoudig te reproduceren. Je moet eerst zien uit te vinden welke effecten nodig zijn om de galmende, etherische gitaarpartijen van Robin Guthrie te benaderen. Het gitaargeluid verschilt per plaat. Debuutalbum Garlands (1982) klinkt rauwer dan de delicate droompop op de latere albums. Het is nog lastiger om de teksten van zangeres Elizabeth Fraser te ontcijferen. Ze zingt zelfbedachte woorden die geen verwantschap tonen met een aardse taal. Het is in dat opzicht niet vreemd dat de zangeres met haar bijdrage op de soundtrack van Lord Of The Rings: The Two Towers gelinkt wordt aan de wereld van elfen. De unieke zangstijl van Fraser laat melodielijnen soms binnen één maat verspringen tussen meerdere octaven. Probeer dat maar eens na te doen.

Wax and Wane

Zangeres Brenda Bosma (Spilt Milk) ging de uitdaging aan als bandlid van gelegenheidsformatie Wax and Wane. De band bestond verder uit gitaristen Erik Schumacher (Apneu) en Roald van Oosten (Caesar), bassist Niek Hofstetter (Subroutine Records) en een drumcomputer. Het optreden was een seance waarbij met succes de geest van de jaren tachtig werd opgeroepen. Schumachers gitaar was het meest in effecten ondergedompeld. Van Oosten verrijkte het geluid met aanvullende akkoorden. Beide gitaristen voegden zangpartijen toe op plekken waar in de originele versies de echo van Elizabeth Fraser meezingt. Rechts op het podium speelde Hofstetter op kalme wijze de vloeiende, minimalistische baslijnen.

Het mooie aan het vertolken van covers is, dat het muzikanten in staat stelt onontdekte aspecten te ontdekken van hun talent. Brenda Bosma werd vooral op de proef gesteld in Carolyn’s Fingers. Niet eerder hoorde ik de zangeres zulke hoge noten halen. Het leek haar zo te zien weinig moeite te kosten. Een interessante coverband probeert niet honderd procent te klinken als het origineel. Een beetje eigen interpretatie kan geen kwaad en stelt het publiek in de gelegenheid op een nieuwe manier te luisteren naar vertrouwde muziek. Het viel mij in Groningen voor het eerst op hoe jazzy de zanglijnen van Cocteau Twins zijn. Ik merkt het als eerste in Song To The Siren van het project This Mortal Coil (een cover van een cover, want het origineel is van Tim Buckley) en hoorde in de daaropvolgende nummers nog meer frasering die je eerder in jazz dan new wave zou verwachten.

a fungus

Wax and Wane was de opening van het jaarlijkse Zomercafé van Lepel Concerts en Subroutine Records in Vera Groningen. De avond trok veel belangstelling, met naast Groningers ook bezoekers van buiten de provincie, inclusief enthousiaste buitenlandse toeristen. Sympathieke tweede band Speed Frisbee uit Winsum week tijdens een compacte set niet van de rechte weg af. De zanger/gitarist deelde rond het laatste nummer mee dat er bij de merchandise T-shirts in drie verschillende maten beschikbaar waren. Doe mij er maar eentje in vijfkwartsmaat, had ik hardop willen roepen. We gingen de nacht in met a fungus. De jonge Amsterdammers bewezen met hun avontuurlijke en melodieuze mathrock/noise-punk opnieuw een van de opwindendste Nederlandse gitaarbands van dit moment te zijn.

Het Zomercafé is er volgend jaar weer en hopelijk is Wax and Wane in de tussentijd over te halen tot nog minstens één optreden elders in het land.