Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 22 min geleden

Il Buco (Michelangelo Frammartino, 2021)

ma, 06/27/2022 - 21:39

Moderne blockbusters overweldigen kijkers met een bombardement aan prikkels. Er is zoveel te zien dat je uiteindelijk niets meer ziet. Tegenover het visuele geweld staat Il Buco, een film die overrompelt zonder te overvoeren.

In de Italiaanse film Il Buco speelt het landschap van het afgelegen Zuid-Italiaanse Pollinogebergte de hoofdrol. De mensen die erin rondwaren zijn regelmatig niet meer dan bewegende stipjes in de verte. De derde lange film van regisseur Michelangelo Frammartino komt om die reden alleen goed tot zijn recht op een groot scherm. De enige close-ups in de hele film zijn die van het gezicht van een oude herder. Hij rust aan de kant van een smal bergpad en communiceert op bijna zingende wijze met zijn koeien. Het vee graast buiten zijn zichtveld in heuvels en valleien. De bejaarde man houdt een wakend oog op zijn vertrouwde omgeving, behalve wanneer hij in slaap is gesukkeld. Zijn ezel wacht zwijgzaam op gepaste afstand.

In augustus 1961 arriveert een team van jonge speleologen, na een treinreis vanuit het noorden van Italië. Ze gaan op expeditie in de Abisso del Bifurto, een van de diepste grotten ter wereld. Voordat het zover is, slapen ze noodgedwongen buiten bij het station. Frammartino filmt tijdens het ochtendgloren in een ruim totaalshot en vult de vanaf een statief gefilmde scène stapsgewijs met nieuwe details. Links ontwaken twee teamleden naast het stationsgebouw, terwijl rechts mannen in beeld lopen die de nacht hebben doorgebracht in een veld aan de andere kant van het spoor. In een volgend shot staat vooraan in beeld een legervoertuig met erachter mensen die zich voorbereiden op het laatste deel van de reis. Achter hen voert een weg richting horizon. Wanneer later de wagen met het speleologenteam onder een burg doorrijdt, rent op de achtergrond een hondje weg van de camera achter een andere wagen aan. Meermaals wordt buiten met extreme diepte gefilmd, waarbij er honderden meters afstand is tussen actie op de achtergrond en wat op de voorgrond gebeurt. Deze horizontale diepte bereidt de kijker voor op de verticale diepte tijdens de afdaling in de grot.

Ook in het kleine dorpje nabij de opening van de grot zitten scènes vol details en dieptewerking. Binnen het frame bereiden bezige duiven zich voor op de vallende avond, trippelt een kat behoedzaam over dakpannen en verplaatst het team zich als een slang door smalle stegen. In een van de scènes is links een tandarts in de buitenlucht bezig met cliënten, terwijl anderen op hun beurt wachten. Achter het tafereel is tussen twee muren te zien hoe de speleologen voorbijlopen. Je zou het korte moment op pauze willen zetten, er een lijst er omheen doen en het als een schoolplaat aan de muur hangen om zo de beeldcompositie rustig te bewonderen en alles wat in beeld staat nauwkeurig te bestuderen. De terugkerende panorama’s doen denken aan Italiaanse landschapsschilderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Mensen worden tijdens nachtopnamen met kaarsen verlicht als in een schilderij van Rembrandt. Naar Il Buco kijken is als wandelen door een museum van schone kunsten.

Net als in zijn vorige meesterwerk Le Quattro Volte (2010) is het moderne bestaan ver weg. Het stadsleven is aan het begin van Il Buco even te zien in een televisiereportage over een glazenwasser bij een wolkenkrabber in Milaan, vertoond op een sneeuwerige zwart-wittelevisie. Il Buco laat die naar de wolken reikende Babylonische wereld achter zich. Bij en in de grot is geen plaats voor politieke actualiteit en vrijblijvend amusement. De onderzoekers steken pagina’s uit opinie- en roddelbladen in brand om op verschillende punten in de grot de diepte te peilen. Wat ze beneden aantreffen zijn de ingewanden van de aarde met ontzagwekkende en ook een beetje angstaanjagende immense grotwanden.

Il Buco komt over als een observerende documentaire. In werkelijkheid is het een minutieus geconstrueerde, vrijwel dialoogloze vertelling waarin de regisseur zelfs in staat lijkt om de weersomstandigheden naar zijn hand te zetten. Zoals gebruikelijk in de kalme, meditatieve films van Frammartino is er altijd ruimte voor humor en mysterie.

9/10

A fungus live in OCCII (16 juni 2022)

zo, 06/19/2022 - 20:50

Amsterdamse band a fungus maakte eind september 2021 indruk in de bovenzaal van Paradiso als voorprogramma van HOWRAH. De band was eerder dat jaar opgepikt door Subroutine Records naar aanleiding van hun livestream vanuit OCCII. De samenwerking heeft een uitstekend debuutalbum opgeleverd dat vorige maand verscheen en afgelopen donderdag werd gepresenteerd. De interactie tussen a fungus en het uitzinnige jonge publiek leverde een enerverende concertavond op.

De feeststemming rondom de presentatie van het album It Already Does That van a fungus was donderdagavond al merkbaar bij de ingang van de uitverkochte OCCII. Uitgelaten jongeren verzamelden zich bij de deur en verspreidden zich over het pand. De rokers plakten samen in de bovengelegen rookruimte. Enkele van hun ouders bestudeerden in de tussentijd het behang in de benedenzaal. Bij de eerste klanken van de openingsact snelden mensen naar voren om zich rondom Dimbit te verdringen. De jonge producer had zich voor het podium opgesteld met zijn elektronische apparatuur en bleef grotendeels onzichtbaar voor wie in de achterhoede stond. Hij hield ons lang in spanning met opwarmende akkoorden voordat de eerste kickdrum uit de speakers knalde. Gejuich steeg boven de beats uit en de eerste danspassen werden gezet. Het optreden was te kort om te weten welk richting de muziek zou opgaan. Het had wel iets weg van de lichtvoetige experimenten van Mouse On Mars.

Petersburg

Na Dimbit verdwenen de meeste bezoekers tijdelijk richting rookkamer of verfrissende buitenlucht. Ze stelden de paar achterblijvers in de gelegenheid een goede basispositie in te nemen voor tweede act Petersburg. De indierockband verbergt melodieën onder nerveuze, staccato gespeelde riffs. Gitarist Boris de Klerk (ex-Canshaker Pi) sprong links in het oog met zijn koortsachtige bewegingen en dito spel. Daar waar nodig bespeelde hij snaren, hals en klankkast met een drumstok. Het fanatisme van de gitaristen leverde meerdere gebroken snaren op. Zingende drummer Camiel Muiser beschermde zijn drumvellen door ze met doeken te bedekken. Hier en daar ontsnapte elektronisch gesputter uit een klein toetsenbord. De combinatie van Muisers zang en de gitaaroprispingen van zijn bandgenoten had op momenten een onwaarschijnlijke versmelting tot gevolg van Belle & Sebastian en de Magic Band van Captain Beefheart. Het onvoorspelbare karakter van de muziek weerhield de dansers in de zaal er niet van om ritmisch mee te springen.

De temperatuur steeg een extra paar graden toen hoofdact a fungus het podium betrad. Vanaf het eerste nummer werd vriendschappelijk geduwd en getrokken door de jongens en meisjes in de moshpit. De tracks op debuutalbum It Already Does That lenen zich daar goed voor, inclusief passages met onregelmatig struikelende drums, zoals in de openingsriff van Mark’s Bag. Het jonge kwartet speelde zelfverzekerd strak, alsof ze al vele jaren met optredens achter de rug hadden. De massieve eenheid die de twee gitaristen, bassist en drummer tezamen vormden, werd ter afwisseling op berekende wijze verstoord met ritmische verhaspelingen, abrupte verschillen in dynamiek en uitbraken van noise. De composities werden door elkaar geschud zonder de liedjes aan te tasten. De band heeft een goede neus voor melodie. Vrijwel alle nummers werden moeiteloos en luidkeels meegezongen door de springende menigte.

De muziek van a fungus is voornamelijk geïnspireerd door Amerikaanse dwarse gitaarbands uit de jaren negentig, een periode die de bandleden zelf niet hebben meegemaakt. De oudere luisteraar kan er van alles in horen: de beschonken melodieën van Pavement (vooral in Is This The Right Structure?), het luidere spectrum van Slint of de tegendraadse indierock van Trumans Water. Eigenlijk doet het er niet toe op wie a fungus lijkt. De band bewijst dat je alternatieve gitaarmuziek nog steeds met frisse blik kunt benaderen, vrij van afgezaagde wendingen en zonder bedacht over te komen. Dat de band met hun eigenwijze benadering een heel jong publiek weet aan te spreken, maakt de kans op vergrijzing in het Nederlandse clubcircuit weer een stuk kleiner.

It Already Does That is op vinyl verkrijgbaar bij de betere platenzaak of rechtstreeks via het label Subroutine Records.

Library Card – Mirror Factory (2022)

wo, 06/15/2022 - 16:25

Katzwijm is een studio, label en bierbrouwerij in het hart van de Bollenstreek. Het collectief is een magneet voor talent uit de Nederlandse gitaarunderground. Vandaag verscheen de nieuwste uitgave op Katzwijm Records: debuutsingle Mirror Factory van Rotterdamse band Library Card.

Library Card is de eerste band van illustrator Lot van Teylingen, bekend van ontwerpen voor platen, cassettehoezen, stickers, posters en werk voor het magazine Gonzo. De overige leden van Library Card zijn geen onbekenden in het ondergrondse podiumcircuit. Ze zijn onder meer actief in bands als Neighbours Burning Neighbours, AC Berkheimer en Speech Impediment. De eerste nummers van Library Card werden vorig jaar zomer door Van Teylingen geschreven met Mitchell Quitz (gitaar), Kat Kalkman (bas) en een drummachine. De komst van drummer Emre Karayalçin maakte de machine overbodig en de band compleet.

De poëtische praatzang van Lot van Teylingen wordt op de eerste single Mirror Factory begeleid door herhalende gitaar- en basmotieven die in sterkte toenemen. Ook de drumpartijen worden gaandeweg voller, maar nooit te druk. De adem wordt even ingehouden bij de break, waarna het crescendo wordt voortgezet tot aan de finale. De herhaling van patronen maakt op prettige wijze duizelig, alsof je op een kermis in een house of mirrors rondtolt, de weg kwijtraakt en niet meer weet wie je voor je hebt staan, zoals in de climax van The Lady From Shanghai (1947). De opbouw van Mirror Factory en de verfijnde variaties binnen een beperkt aantal akkoorden zorgen ervoor dat het nummer ook bij meerdere draaibeurten niet in kracht afneemt.

Tegelijk met de single is vandaag ook een videoclip in première gegaan, gefilmd door Milan Smit en geregisseerd en gemonteerd door Kat Kalkman. Spiegels komen een paar keer in beeld, als objecten en als middel om licht mee te reflecteren, maar ze vormen niet het hoofdmotief. Je zou kunnen zeggen dat de kijker een spiegel is voor Van Teylingen wanneer ze onbewogen in de lens van de camera kijkt. In veel shots staat de vocalist statisch in beeld terwijl op de achtergrond de wereld gejaagd in beweging is. Ik vond dit idee passen bij het nummer, schrijft Kalkman in een toelichting, over hoe er altijd veel om je heen en in jezelf gebeurt, maar hoe dat soms niet reflecteert aan de buitenkant. Sombere teksten en melancholische muziek contrasteren mooi met de bonte kermiskleuren waar Van Teylingen uiteindelijk in opgaat.

Mirror Factory is vanaf vandaag digitaal te beluisteren en te verkrijgen via Bandcamp. Het nummer maakt zeer benieuwd naar het overige songmateriaal.

Matmos + RAZMOTCHIKI KATUSHEK live in OCCII (10 juni 2022)

zo, 06/12/2022 - 15:29

De muziekavond in OCCII zag er vrijdag iets anders uit dan was gepland. M.C. Schmidt van het Amerikaanse duo Matmos had eerder op de dag positief getest voor COVID-19. Hij moest zich afmelden en het optreden overlaten aan partner Drew Daniel. Het concert op halve kracht werd omgedoopt tot Drew Daniel Plays the Sound of Matmos, inclusief een zeskanaals presentatie van het nieuwe album Regards/Ukłony dla Bogusław Schaeffer.

Matmos uit Baltimore brengt muziek voort uit allerlei geluidsbronnen, van de complexe composities uit de archieven van Poolse avant-gardecomponist Bogusław Schaeffer, zoals op het recente album, tot de meest basale huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Het album Ultimate Care II (2016) is volledig opgebouwd uit de geluiden van de wasmachine in de woning van producers M.C. Schmidt en Drew Daniel. Daniel begon zijn solo-optreden vrijdag met het live samplen van een uit twee delen bestaand blauw plastic object. Hij draaide de piepende twee helften, trok ze uit elkaar en liet er een microfoon mee rondzingen. Een paar minuten later klonk uit de laptop een ritme alsof de geest van een tablaspeler uit het niets op het podium was gematerialiseerd. Zoemende melodielijnen mengden zich met het geroezemoes van publiek bij de bar dat door de microfoon was opgevangen. Drew Daniel had ondertussen het mondkapje afgedaan waarmee hij was opgekomen. Het basismateriaal in het tweede nummer bestond uit een plak vinyl dat Daniel uit de hoes trok van het album Guitar Man (1972) van Bread. Hij sloeg de plaat kapot, schraapte over de scherven en creëerde zo een dancetrack waarin geen spoor meer van de Amerikaanse softrockband was te bespeuren.

Drew Daniel Plays the Sound of Matmos

Voor aanvang van het derde nummer deelde Daniel kleine percussie-eieren uit aan mensen in het publiek. Ze kregen de opdracht mee te spelen in een zo eenvoudig mogelijk ritme terwijl de muzikant met een kleine speaker door de verdonkerde zaal dwaalde en even uit het zicht verdween. Een enkeling bleef na afloop van het nummer nog enige tijd verder schudden als een junkie met ontwenningsverschijnselen. De rest van het optreden was minder live, met de vertoning van een paar videoclips en een collage die rechtstreeks uit de laptop kwam zonder tussenkomst van zichtbare voorwerpen. Op het scherm achter Daniel reisde onder meer een camera door menselijke holtes. Geluiden, melodieën, ritmepatronen en de verdwaalde stem van The Weatherman uit Negativland stroomden zuiver en helder als een stromende bergbeek uit de zes speakers die over de zaal waren verspreid.

Muziek van Matmos klinkt op plaat soms abstract en academisch, maar de wijze waarop het wordt voortgebracht is altijd speels. Die speelsheid was ook een belangrijk bestanddeel bij het Nederlandse podiumdebuut van voorprogramma RAZMOTCHIKI KATUSHEK. Het duo Ekaterina Fedorova (Iva Nova, ZGA, FIGS) en Remko Muermans (ex-Zea) was uit Sint-Petersburg gereisd voor een Nederlandse minitournee. Muermans stond net zo uitbundig achter zijn elektronische instrumenten te springen zoals veertien jaar geleden tijdens zijn optredens met Zea. Hij toverde een rijke hoeveelheid samples uit de apparatuur voor hem. Stemmen uit films en televisieseries, flarden punk- en metalgitaren en een vrolijke sousafoon stuiterden als pingpongballen over en langs elkaar. Sequencermotieven uit diverse dancestijlen werden in rap tempo afgewisseld. Tracktitels op het album Knots, zoals Acid, Chiqago en Industrance, geven een beetje een indicatie in welke muzikale richting je het moet zoeken.

RAZMOTCHIKI KATUSHEK

Ekaterina Fedorova hield de stortvloed aan geluiden onder controle met drumpartijen op zowel een ouderwetse drumkit als elektronische drumpads en allerhande toegevoegde percussie, waaronder een immense veer rechts naast haar en een kleine snaarconstructie die klonk als een voorwerp dat was ontsnapt uit de kelder van Sonic Youth. Er werd hard gewerkt en nog meer gezweet op de vloer van de uitverkochte OCCII. Aan het lang aangehouden applaus te oordelen, werd het speelplezier van het duo zeer gewaardeerd door het aanwezige internationale publiek.

250 favoriete films (1): La Sortie de l’Usine Lumière à Lyon (Louis Lumière, 1895)

wo, 06/08/2022 - 17:29

Sinds 1952 publiceert het Britse filmblad Sight & Sound eens in de tien jaar de Top 100 Greatest Films of All Time, samengesteld na een peiling onder filmcritici, programmeurs, academici en distributeurs. Eind dit jaar zal de nieuwe lijst worden gepubliceerd. Op filmsite Letterboxd wordt ondertussen gewerkt aan een alternatieve lijst. Dat was voor mij aanleiding om een eigen overzicht met 250 favoriete films te maken. Sommige gekozen titels zal ik de komende tijd toelichten. Laat ik beginnen bij het begin: 1895.

De oudste bewaard gebleven film is het drie seconden durende Roundhay Garden Scene, gedraaid in Leeds op 14 oktober 1888 door Louis Le Prince. De geboorte van cinema was zeven jaar later. Op 28 december 1895 presenteerden de gebroeders Lumière de eerste publieke commerciële filmvertoning ooit voor ongeveer veertig betalende bezoekers in Salon Indien du Grand Café in Parijs. Het moet een spectaculaire belevenis zijn geweest, ondanks de triviale alledaagse taferelen die werden geprojecteerd. De eerste vertoonde film La Sortie de l’Usine Lumière à Lyon laat zien hoe werknemers de fabriek van Lumière verlaten. Ik vraag me af welke versie dat geweest zal zijn, want er bestaan drie varianten. Versie twee mag zich de eerste remake in de filmgeschiedenis noemen. Kino Lorbers dvd-box The Movies Begin (2002), die ik deze week weer eens uit de kast haalde, bevat de derde variant. In alle versies staat de camera voor de fabriekspoort en lopen vrouwen en mannen het zonlicht in. Het tafereel wordt documentair vastgelegd en zal ongetwijfeld geënsceneerd en gerepeteerd zijn. Iedereen moet namelijk binnen een minuut buiten de poort staan, inclusief fietsers en een paard en wagen. Meer dan een minuut film was niet mogelijk in de camera die Auguste en Louis Lumière hadden ontworpen.

In de eerste versie van La Sortie de l’Usine houdt bijna iedereen zich aan de instructie om niet richting de camera te kijken. Het zijn voornamelijk vrouwen die naar buiten komen. Een enkeling haast zich en neemt het risico om over een stoeptegel te struikelen. Een van de werkneemsters blijft even wachten op een collega met wie ze rechts uit beeld loopt. Enkele mannen proberen in het voorbijgaan aandacht te trekken door een toneelstukje op te voeren, zoals de man die opzichtig met een witte zakdoek wappert. In de deuropening links blijft een kinderwagen onaangeroerd staan.

In de tweede versie van de korte film ligt een hond buiten op de tegels te zonnen. Zijn rust wordt verstoord wanneer de poorten openen en hij bijna onder de voet wordt gelopen. De camerapositie is lager, met daarom iets te veel stoep in beeld. Het duurt even voordat de deur links wordt geopend. De scène is minder georganiseerd dan de voorganger. Een kind rent van links naar rechts door het beeld, vermoedelijk achter de andere, grotere hond aan, die ook in de andere filmpjes zijn natte neus laat zien. De wagen aan het slot wordt ditmaal door één paard voortgetrokken.

Bij de derde versie ontbreken op YouTube een paar seconden van de openingsbeelden. Zo missen we de aarzeling bij de vrouw met kind links in de deuropening. De camera is meer naar achteren geplaatst. Het dak van de houten constructie op de binnenplaats is nu goed te zien. De beeldcompositie is in twee gelijke helften verdeeld. Ik vermoed dat van tevoren is afgesproken wie van de werknemers naar links en wie naar rechts gaat. Alles lijkt ordentelijk te verlopen, totdat een opgejaagde hond een man bijna van zijn fiets doet vallen (1). Ditmaal is er geen paard en wagen om de film mee af te sluiten.

Les Revenants (2004)

Waarom verkies ik deze film van Lumière boven L’Arrivée d’un train en Gare de la Ciotat als favoriete vroege film? Allereerst omdat de beroemde treinscène niet werd vertoond tijdens de eerste publieke filmvoorstelling in Parijs. Zoals ik aankondigde, begint mijn filmlijst bij het begin en daar hoort de arriverende trein niet bij. De tweede reden gaat terug naar 2004, toen ik voor het eerst de Franse film Les Revenants (Robin Campillo, 2004) zag. In Les Revenants keren de doden terug, niet om zich tegoed te doen aan mensenvlees, maar om verder te gaan met waar ze mee bezig waren toen ze overleden. Hun familie, vrienden en collega’s worden geconfronteerd met de logistieke en emotionele gevolgen van de wederopstanding. De opgestane doden wandelen in de openingsscène de poorten uit van de begraafplaats (2). In mijn brein werd direct een link gelegd tussen deze scène en die bij de poort van de filmfabriek in La Sortie de l’Usine. De werknemers van Lumière zijn ook wandelende doden. Filmmagie brengt ze weer tot leven.

De volledige lijst met mijn favoriete 250 films vind je hier. Bij de selectie heb ik me aan de zelfopgelegde regel gehouden dat van een regisseur maximaal één titel mag worden genoemd.

(1) De fietser in Bataille de neige (1897) heeft minder geluk. Hij blijft niet overeind en ontvlucht het sneeuwballengevecht door rechtsomkeert te maken.

(2) De naam van de begraafplaats is Saint-Louis. Zou dat een bewuste verwijzing zijn naar Louis Lumière?

The Devil’s Men (Kostas Karagiannis, 1976)

zo, 04/17/2022 - 11:00

Dit jaar heb ik tot nu toe uitsluitend over muziek geschreven. Vandaag komt daar verandering in met The Devil’s Men, een mislukte Griekse horrorfilm die onlangs op Blu-ray is uitgebracht. Naast horrorgrootheden als Peter Cushing en Donald Pleasence zijn voor en achter de schermen mensen betrokken die bekender zijn van andere genres en disciplines. The Devil’s Men bevat onder meer de allereerste originele filmmuziek van een bekende Britse muzikant en producer.

Britse acteur Peter Cushing (1913-1994) werd beroemd vanwege zijn rollen in horrorfilms van Hammer Film Productions. Hij was geen fan van de genrefilms waarin hij speelde, maar nam zijn rollen altijd zo serieus mogelijk. Het overlijden van zijn vrouw Helen in 1971, met wie hij in 1943 was getrouwd, kwam hard aan. Cushing had het gevoel dat ook zijn leven voorbij was. Hij had in de laatste fase van zijn carrière nog kunnen profiteren van hernieuwde belangstelling bij een jong publiek vanwege zijn rol in Star Wars (1977), maar het enthousiasme was volledig weggeëbd. De acteur bleef doorwerken en nam genoegen met minder prestigieuze producties, wetend dat hij weinig hoefde te doen om indruk te maken met zijn karakteristieke gelaatstrekken. Dat geldt ook voor zijn bijdrage aan The Devil’s Men.

Cushing speelt de rol van baron Corofax, leider van duivelaanbidders in een Grieks dorp. Om de zoveel tijd worden tijdens een ritueel mensen geofferd aan een sprekend en vuur spuwend standbeeld van wat lijkt op een uit de klauwen gewassen os. De rol van Corofax was eigenlijk bedoeld voor Donald Pleasence (1919-1995), maar die had geen zin in het opnieuw vertolken van een slechterik. Hij speelde liever Father Roche. Deze alleenwonende priester probeert Corofax te ontmaskeren en uit te schakelen, maar het ontbreekt hem aan steun. Van de lokale politie hoeft de priester geen medewerking te verwachten. Het hele dorp is in de ban van de sekte. Als opnieuw mensen van buiten de dorpsgemeenschap spoorloos verdwijnen, neemt Roche contact op met bevriende privédetective Milo (Kostas Karagiorgis). Milo moet wel van ver komen, want de man woont in New York waar hij in permanente ongeklede staat verblijft met zijn vriendin (Jane Lyle). De verre vriend is een incompetente held, want hij loopt na zijn aankomst in Griekenland eigenlijk alleen maar in de weg.

Donald Pleasence in The Devil’s Men

Mannen maken de dienst uit in de film. Aan de vrouwenrollen valt geen eer te behalen. Regisseur Kostas Karagiannis koos voornamelijk voor blonde actrices. Ze verschijnen en verdwijnen en áls ze veel later weer tevoorschijn komen, ben je allang vergeten wie ze ook alweer waren. De belangrijkste vrouwenrol is die van Raylene Miles als Laurie. De actrice is bij het grote publiek bekend als de toerist die door Basil Fawlty wordt bespied in de episode The Psychiatrist (1979) van de serie Fawlty Towers. Laurie gilt bij gevaar, valt flauw van angst en ontkomt niet aan de corrigerende klappen van macho Milo.

The Devil’s Men komt uit de koker van Poseidon Films, de Britse filmproductiemaatschappij opgericht door Frixos Constantine en de vermaarde Britse regisseur Michael Powell. Constantine droomde van Griekenland als het Europese Hollywood. Zo ver is het nooit gekomen. Het Griekse landschap heeft voldoende ruïnes en kastelen om een horrorfilm enige glans te geven, maar daarmee ben je er nog niet. Regisseur Karagiannis had geen ervaring met horror en dat is te merken. Zijn film is geen moment spannend of eng, ondanks het bloed dat vloeit. Het verhaal heeft in het eerste half uur een vreemd tijdsverloop, veroorzaakt door de bizarre keuze van de priester om dagenlang te wachten op hulp vanuit de andere kant van de oceaan. Het strookt niet met de urgentie van zijn zoektocht naar slachtoffers en de wens om de duivelse vijand zo snel mogelijk uitschakelen. Als kijker heb je geen idee van de afstanden die onze helden moeten afleggen voor de confrontatie in de finale. Op de paar scènes in New York na speelt het verhaal zich gevoelsmatig af in hetzelfde gebied. Met die gedachte is het vreemd dat de priester en zijn gezelschap in het dorpshotel gaan logeren, terwijl de ruime woning van de priester een relatief veiligere uitvalsbasis biedt.

De naam van producer Michael Powell komt niet voor op de aftiteling. In hun commentaar op de Britse Blu-ray speculeren David Flint en Adrian J Smith over de mogelijke bemoeienis van Powell tijdens de postproductie. Powell noemt The Devil’s Men niet in het tweede deel van zijn lijvige biografie. Ook in het dikke boek On Some Faraway Beach: The Life And Times Of Brian Eno (David Sheppard, 2008) blijft The Devil’s Men onbesproken. Dat is opvallend, want het is de eerste en tot nu toe enige speelfilm waar muzikant en producer Brian Eno een speciale score voor heeft gemaakt.

Muziek van Brian Eno is regelmatig in speelfilms en documentaires te horen en wordt in de meeste gevallen geplukt van een van zijn vele studioalbums. Het album Music For Films (1976) is speciaal uitgebracht om filmmakers de gelegenheid te geven iets uit te kiezen dat voor hun films geschikt is. Derek Jarman was een van de eerste regisseurs die daar volop gebruik van maakte. De originele muziek voor The Devil’s Men is op geen enkele plaat terug te vinden. Eno wisselt elektronische geluiden af met een minimalistisch stemmenstuk. Het resultaat klinkt allemaal wat primitiever en rauwer dan we van hem gewend zijn, alsof het een haastklus was en de producer weinig tijd had om de muziek te verfijnen. Als in de film nieuwe slachtoffers arriveren, klinkt vanuit hun bestelbusje vagelijk een liedje van een onbekende band. Het zou me niet verbazen als ook die muziek afkomstig is van de producer. Eno had geen bemoeienis met het titelnummer van The Devil’s Man, want die rocksong is geschreven door Karl Jenkins en uitgevoerd door de Britse zanger Paul Williams.

The Devil’s Man is als curiosum vermakelijk genoeg voor geharde genreliefhebbers. De Blu-ray van het label Indicator bevat de originele versie van de film, de kortere Amerikaanse versie onder de titel The Land Of The Minotaur en een versie op 8mm. Naast het audiocommentaar staat op de schijf een kort interview met producer Frixos Constantine en een uitgebreid gesprek met Peter Cushing.

Een dagje Rewire Festival in Den Haag (zondag 10 april 2022)

vr, 04/15/2022 - 21:32

Rewire Festival in Den Haag vond vorig jaar noodgedwongen online plaats. De elfde editie was afgelopen weekend gelukkig weer fysiek te bezoeken. Op zondag reisde ik naar de hofstad om in ieder geval Mabe Fratti en SOON niet te missen. De rest van de dag liet ik me verrassen.

In tegenstelling tot eerdere edities van het Rewire Festival in Den Haag deed podium PAARD ditmaal niet mee op de laatste festivaldag. PAARD is altijd een prettige uitvalsbasis. Je kan binnenshuis vanwege de twee zalen switchen tussen optredende acts en hebt er de meeste kans op ontmoetingen met bevriende festivalgangers. Omliggende podia zijn nabij genoeg om de oversteek te wagen en op tijd bij een volgend optreden te zijn. Zonder PAARD waren de afstanden afgelopen zondag soms net te groot om me snel van de ene naar de andere zaal te verplaatsen. Bekenden groette ik nu even in het voorbijgaan op straat.

Het hart van Rewire had zich gevoelsmatig verplaatst rondom nieuwe concertzaal Amare aan het Spui. Op het plein voor de ingang stond in het zonnetje een achtergelaten microfoon straatgeluiden op te nemen. Binnen trof ik een interieur aan dat doet denken aan TivoliVredenburg, maar dan zakelijker en zonder franje vormgegeven. Amare is functioneel ingericht met rechte routes, zoals die via roltrappen naar de bovenste verdieping. Het concertgebouw is uiterlijk kleurloos, maar uiteindelijk gaat het om de muziek en hoe die het beste tot zijn recht komt. Het geluid was prima in de Conservatoriumzaal. De straatgeluiden hadden zich een weg weten te vinden naar het begin van het concert A Sonically Open City van Oceanic en Ensemble Klang.

Oceanic + Ensemble Klang

Producer Oceanic (Job Oberman) stond als een dirigent met zijn rug naar het publiek. Hij verzamelde de live voortgebrachte klanken van blazers, percussie, gitaar, piano en zang en verwerkte en verweefde die met behulp van elektronische apparatuur. De muzikanten verbeeldden het stadsrumoer door dissonanten toe te voegen aan een tonale basis. De zangeres wisselde lange noten af met korte exclamaties. Elk geluid keerde in verwrongen vorm terug, alsof het werd verteerd en uitgespuwd. Saxofoons en trombone soleerden door elkaar. De gitarist speelde voornamelijk atonaal, terwijl de percussionist ritmepatronen opbouwde. Oceanic voegde af en toe een stevige beat toe, maar gelukkig nooit plat four-on-the-floor. Op een groot scherm schoven blokken langs elkaar met video’s van de muzikanten die live voor ons speelden. Op het scherm zag je fragmenten van hun muzikale expedities in en vlak buiten de stad. Het is altijd een pluspunt als muziek en video een eenheid vormen en beeld bij een concert niet louter een decoratieve functie heeft.

Mabe Fratti

Aan de overkant van Amare had zich bij Theater aan het Spui een rij gevormd waarvan een deel al buiten stond. Zaal 1 zat helemaal vol bij het optreden van Mabe Fratti. De in Guatemala geboren en in Mexico wonende experimentele celliste en zangeres had drie muzikanten meegenomen. De twee rechts zorgden voor elektronische ruis. De gitarist links bewoog voor de versterker en overheerste in de eerste paar nummers net iets te veel met zijn volumineuze schrille tonen. Korte tijd leek het alsof de band in een houtzagerij speelde. Dat was nogal een contrast met de ingetogen nummers op Fratti’s album Será Que Ahora Podremos Entendernos (2021). Halverwege de set hield de gitarist zich in en stond de cello van Mabe Fratti weer centraal. De warme basnoten en scherpe flageoletten werden niet langer meer overwoekerd door noise, maar gingen een geslaagde symbiose aan.

SOON

Grote publiekstrekkers elders in de stad zorgden ervoor dat het in Korzo aan het begin van de avond niet zo druk was. Er bleef in de studiozaal genoeg ruimte over om dicht in de buurt van het podium te kunnen staan tijdens het optreden van SOON. Het concert van het duo eerder dit jaar in OCCII was me goed bevallen en een belangrijke reden om naar Den Haag af te reizen. De setlist bleef grotendeels onveranderd. Na een kalme opener, waarin de gitaar akkoorden uitademde, zette de bassynthesizer de hartslag in van Wollemi Pine. Het lange nummer heeft een eenvoudige basis waar Liú Mottes telkens veranderende gitaarpartijen overheen kan spelen. De gitarist doet dat zonder in herhaling te vallen. De leegtes tussen de akkoorden maakte de muziek extra spannend. Muziek gaat ook om wat niet gespeeld wordt. Drummer Jochem van Tol stelde zich opnieuw dienstbaar op. Hij gaf Mottes alle gelegenheid om het publiek te verrassen. Ook Van Tols gebruik van elektronica bleef bescheiden. Het geluid was in Korzo zo helder afgesteld dat de spaarzame zang van Mottes ondanks de fluistersterkte goed te verstaan was. Het duo klonk nog dichterbij dan ze fysiek toch al waren.

Ik bleef in Korzo voor het volgende optreden in de grote zaal. Daar werd de duisternis verlicht door muzikant en zangeres Yamila. Ze haalde beurtelings haar stem en cellospel door effectapparatuur en laptop en vermenigvuldigde zichzelf tot koor of cello-orkest. Futuristische elektronica werd vermengd met sacrale klanken met echo’s uit een ver verleden. Yamila’s Spaanse afkomst trad een enkele keer nadrukkelijk op de voorgrond, vooral in de compositie waarin een flamencogitaar uit de laptop ontsnapte. Een enkel nummer was me vanwege overheersende synthesizerpatronen iets te veel Jean-Michel Jarre. Het optreden was het krachtigst wanneer Yamila zich beperkte tot haar stem. De muziek ging gepaard met een lichtshow die bij vlagen te beleven was als een driedimensionale versie van de lichttunnel uit de film 2001: A Space Odyssey.

Voordat ik de trein terug naar huis pakte, nam ik nog even een kijkje bij het Amerikaanse duo LEYA in de Lutherse Kerk. De akoestiek was uitermate geschikt voor hun wonderlijke muziek. Harpiste Marilu Donovan heeft haar instrument zo alternatief gestemd, dat haar spel niet anders te omschrijven is als vals. Violist Adam Markiewicz speelt wel in een conventionele stemming. Hij kreeg het voor elkaar om met zijn zuivere noten die van Donovan enigszins recht te trekken, ondertussen zingend met plechtige falsetto. Waarschijnlijk is het repertoire bij diepere bestudering afwisselender dan het op het eerste gehoor overkwam. Vanwege de eenvormigheid had ik niet de behoefte om het einde van het concert af te wachten.

Op de terugweg zorgden een piepende sluis tussen twee treincompartimenten en ringtones vanuit de naastgelegen eersteklascoupé voor een gepast slotconcert.

Concerten in OCCII Amsterdam, maart 2022 (een korte terugblik)

za, 04/02/2022 - 10:37

Een concert bezoeken is tegenwoordig niet zonder risico, zowel voor publiek als optredende muzikanten. Na de geslaagde avond op 4 maart in OCCII (zie verslag) bleek menige bezoeker meer mee naar huis te hebben genomen dan een nieuwe plaat of een T-shirt. Het virus is onverbiddelijk. De vrijwillige isolatie duurde kort genoeg om twee weken later de draad weer op te pikken voor concerten van Closet Disco Queen & the Flying Raclettes, Lewsberg en Sunburned Hand Of The Man.

Tijdens het concert op 23 maart van Sunburned Hand Of The Man stonden de anderhalve man en een paardenkop voor de verandering niet in de zaal, maar op het podium. Vlak voor het einde van de set zette de drummer een paardenhoofd op. De muzikant wist zelf ook niet waarom hij dat deed. Hij leegde een fles bier in zijn keel, ging op een kruk zitten en keek een beetje verdwaasd om zich heen. De vocalist, die vrijwel de hele avond gemaskerd zijn ding deed, bleef onverstoorbaar onverstaanbare teksten oreren. I need to get wet, hoorde ik hem tijdens een zeldzaam helder moment roepen. Eerder was hij luidkeels op zoek naar een saladebar.

Het Amerikaanse gezelschap was zonder doordacht plan in Amsterdam gearriveerd. De drie muzikanten hoopten dat al spelend de goede ideeën zich vanzelf als zichtbare lichtbakens boven hun hoofden zouden aankondigen. De drummer speelde voorzichtige freejazz. De gitarist begaf zich zowel staand als zittend in psychedelische contreien. De zanger dwaalde mentaal door zijn eigen echoënde doolhof. Af en toe legde hij zijn vingers op de toetsen van het keyboard voor hem. Achter het trio werden korte experimentele animaties verruild voor een collage met brandende stuntmannen. De filmpjes leidden eerder af dan dat ze iets toevoegden.

Sunburned Hand Of The Man

Soms leek Sunburned Hand Of The Man op een dronken Throbbing Gristle die onvoorbereid Riders On The Storm probeerde te coveren. De interessantere passages begaven zich richting de dwarse krautrock van Faust. Het optreden wekte over de gehele linie de indruk dat de bandleden hun kunstgebit waren vergeten en daarom niet lekker konden doorbijten.

Een paar dagen eerder, om precies te zijn op 18 maart, was bij Closet Disco Queen & the Flying Raclettes geen gebrek aan inspiratie en geestdrift. De muzikanten spelen overduidelijk heel graag in Amsterdam en in het bijzonder in OCCII. De Zwitserse band is een project van leden uit de noise- en hardcoreband Coilguns. De instrumentale muziek gaat meer de kant op van bands als The Mars Volta, met snelle riffs, hectische gitaarloopjes en weinig rustmomenten. Tot mijn verdriet speelde de leadgitarist langdurig weinig verheffende hardrocksolo’s. Met een beetje pech kon elk moment Axl Rose het podium oprennen. Ergens halverwege de set werd het spierballenvertoon gestaakt en koos de band enige minuten voor herhalende abstractere loopjes. Het was helaas een tijdelijke afwijking van een route die met nog meer solo’s werd vervolgd tot aan de finish.

Lewsberg

Een dag later speelde de Rotterdamse band Lewsberg voor een uitverkochte OCCII. Het was me in tegenstelling tot de bovengenoemde optredens deze keer niet gelukt vrienden of collega’s mee te nemen. Hun kritiek richt zich vrijwel uitsluitend op de monotone praatzang met zwaar Nederlands accent van gitarist Arie van Vliet. Ik heb daar zelf geen enkel probleem mee. Wally van Middendorp ging wat zang betreft veertig jaar geleden vele stappen verder in Minny Pops, een van mijn favoriete bands uit de Nederlandse popgeschiedenis. De muziek van Lewsberg maakt op het eerste gehoor een afstandelijke intellectuele indruk. Als je langer luistert, wordt je vanzelf meegesleept door de uitgekiende akkoordenschema’s die zonder al te veel effecten helder uit de versterkers komen. Gitarist Michiel Klein speelt transparante motieven terwijl hij onbewogen de zaal observeert. Een enkele keer saboteert hij nummers door ze met overstuurde solo’s te doorklieven. Zijn feedback is een aangename ontregeling die steevast door het publiek met gejuich wordt ontvangen.

Lewsberg daagt het publiek uit door hier en daar stoorzenders toe te voegen aan hun relatief toegankelijke gitaarliedjes. Soms is de stoorzender onbedoeld, zoals de rondzingende microfoon bij de floor tom die aan het begin van het optreden in OCCII tijdelijk voor een ongewenste bromtoon zorgde. Met name bassist Shalita Dietrich had daar last van. De ontstemde gitaar in Left Turn, het openingsnummer van het tweede album In This House, was wel bewuste tegendraads. Het publiek werd ook op de proef gesteld wanneer favoriete uptempo liedjes werden afgewisseld met ingetogen nummers van het recente mini-album In Your Hands. De instrumentatie is op die plaat minimaler dan op de eerste twee albums. De band neemt live bij elk kort nummer van In Your Hands gas terug. Op papier is dat geen goed idee, omdat de set minder vloeiend kan verlopen. In de praktijk leverde de terugschakeling voor een spannende confrontatie met het geroezemoes in de buurt van de bar. Lewsberg kreeg OCCII stil met slechts een paar gitaarnoten, fluisterzang van Dietrich, een eenvoudige melodie op viool en een paar rake zinnen.

Winterklaar #4 (26 maart 2022)

zo, 03/27/2022 - 14:03

Winterklaar is een minifestival in de tuin van de band Wounded Kite, verstopt in een rustiek gedeelte van Amsterdam-Noord. Na twee jaar noodgedwongen wachten vond gisteren de vierde editie plaats onder een voorzichtige lentezon. De buren waren vroegtijdig ingelicht over mogelijk gitaarlawaai. Het volume bleef beschaafd. Zelfs tijdens de heftigste set was een zingende merel hoorbaar vanuit een nabijgelegen boom. Er was muziek van Mountaineer, No Ninja Am I, Walker Diver en Hr. Likken Liedjes (een project van Het Rudie Kartel) en verhalen van Bas Jacobs (Pfaff). Na afloop konden we een exemplaar meenemen van het muziektijdschrift Second Scene. Hierbij een beknopt beeldverslag.

Mountaineer No Ninja Am I Wounded Kite Walker Diver Bas Jacobs (midden) Hr. Likken Liedjes

Le Sacre du Printemps

di, 03/22/2022 - 16:17

Afgelopen weekend begon officieel de lente. Hoogste tijd voor een lenteoffer in de vorm van een compilatie met samples en citaten uit en bewerkingen van hét meesterwerk uit de vorige eeuw: Le Sacre du Printemps.

Componist Igor Stravinsky was zijn tijd ver vooruit met de muziek die hij componeerde voor het ballet Le Sacre du Printemps. De première op 29 mei 1913 in Théâtre des Champs-Élysées in Parijs zorgde voor enige ophef. Het publiek wist zich geen raad met de constante dissonanten en onophoudelijk wisselende maatsoorten. Voor- en tegenstanders gingen naar verluidt met elkaar op de vuist. Deze gebeurtenis wordt gereconstrueerd in de verder niet zo interessante speelfilm Coco Chanel & Igor Stravinsky (2009) met Mads Mikkelsen in de rol van Stravinsky. De tweedelige compositie werd pas later gezien als een meesterwerk en is uitgegroeid tot een van de meest invloedrijke muziekstukken van de 20e eeuw. Het grote publiek kwam in aanraking met Le Sacre dankzij een segment in animatiefilm Fantasia (1940) van Walt Disney.

Le Sacre du Printemps was inspiratiebron voor moderne componisten en had grote invloed op diverse muziekgenres. Ik denk dat met name filmmuziek schatplichtig is aan het werk van Stravinsky. Misschien wel de bekendste echo’s zijn te horen in het hoofdthema dat John Williams componeerde voor Jaws (Steven Spielberg, 1975). Menige filmcomponist kan het niet laten om gulzig maten te lenen uit Le Sacre wanneer een actiescène extra spanning en vaart nodig heeft. Jazzmuzikanten als Ornette Coleman en Alice Coltrane citeerden of bewerkten delen uit het muziekstuk. Le Sacre du Printemps is rock-‘n-roll avant la lettre. Je hoort sporen terug in hiphop, electronica en industrial. De Britse band Coil gebruikt een sample als basis voor The Anal Staircase, het openingsnummer op het album Horse Rotorvator uit 1986. Een van de leukste versies vind ik Suiker van de Rotterdamse band Dull Schicksal, te vinden op een cd met de opmerkelijke titel Neem Die Pijp Uit Je Muil, Jij Hond (1992).

Ter gelegenheid van de lente heb ik een selectie met samples en citaten uit en bewerkingen van Le Sacre du Printemps verzameld en op Mixcloud gezet. In tegenstelling tot eerdere compilaties komt slechts een klein deel van de geselecteerde muziek uit de eigen collectie.