Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 1 uur 37 min geleden

The Power Of The Dog (Jane Campion, 2021)

za, 11/20/2021 - 11:10

Jane Campions The Power Of The Dog is meer een psychologische thriller dan een doorsnee western. De regisseuse legt op geraffineerde wijze de Amerikaanse mythes over mannelijkheid bloot.

Het weidse vlakten van Montana (gefilmd in Nieuw-Zeeland) kunnen een mens eenzaam doen voelen. Een van die eenzame zielen is cowboy Phil Burbank (Benedict Cumberbatch). Aan het begin van de vorige eeuw verloor hij zijn mentor en beste vriend Bronco Henry. Sindsdien drijft hij samen met broer George (Jesse Plemons) te paard grote veestapels. Phil doet dat al 25 jaar met tegenzin. Hij reageert zich voor, tijdens en na het werk af op George. ‘Fatso’ George is in de ogen van Phil niet masculien genoeg, zeker niet in vergelijking met Bronco Henry, die hij in zijn verhalen heeft verheven tot een mythische figuur. Als George trouwt met restauranthouder en weduwe Rose (Kirsten Dunst), richt Phil zijn frustratie op Rose en vooral haar zoon Peter (Kodi Smit-McPhee). De zachtaardige Peter maakt liever bloemen van papier dan stoer ogende ritjes op een paard.

Mythische figuren zijn er genoeg in westerns. Het wilde westen is een plaats waar legendes hebben plaatsgemaakt voor de feiten, zoals uitgesproken door een journalist in John Fords western The Man Who Shot Liberty Valance (1962). Phil verbergt zijn ware aard achter een mythe en dat maakt hem een ongelukkig mens. Zijn opvallend virtuoze banjospel doet vermoeden dat er een milde geest schuil gaat achter de ruwe bolster. Als Peter Phils geheim ontdekt, verandert hun relatie en neemt Phil de jongen onder zijn hoede. De jongen en de cowboy hebben meer met elkaar gemeen dan de cowboy lief is.

Kodi Smit-McPhee en Benedict Cumberbatch in The Power Of The Dog

[Spoilers!] The Power Of The Dog is een psychologische western waar geen geweer of pistool in wordt afgevuurd. Fysieke klappen worden nauwelijks uitgedeeld. Peter wil arts worden en gebruikt wat hij tijdens zijn studie heeft geleerd als wapen om sluw wraak te nemen op de vernederingen van Phil. Wraak is overigens niet zijn belangrijkste motief.

Regisseuse Jane Campion laat vaak de beelden het verhaal vertellen, om zo onder het oppervlak te komen van de beweegredenen van de personages. De toeschouwer zal zelf zijn/haar conclusies moeten trekken uit wat getoond wordt en niet uit wat wordt gezegd. Peters motivatie is te herleiden uit een scène met een konijn.

Peter onderneemt met Phil een tocht te paard. Ze komen onderweg een konijn tegen dat zich probeert te verstoppen onder een stapel hout. De schuilplaats doet denken aan de geheime plek van Phil die hij achter een houten constructie verborgen houdt. De twee mannen halen het hout weg en Peter weet het konijn te vangen. Het diertje is verwond aan een van zijn pootjes en bloedt, net zoals Phil. De man heeft zijn hand opengehaald aan een houtsplinter. Peter aait het konijn even liefdevol voordat hij het de nek omdraait.

Peter heeft geen behoefte aan een leven waarin hij zijn ware aard moet verbergen achter machogedrag. Hij kijkt met medelijden toe hoe de cowboy blijft volharden in een levensstijl die nooit gelukkig zal maken. De belangrijkste reden van Peter om Phil van het leven te beroven, komt net als bij het konijn voort uit barmhartigheid. De jongen verlost de man uit zijn lijden. Het is schrijnend om te moeten zien dat Phil pas zichzelf is, vlak voordat de deksel van zijn begrafeniskist wordt gesloten.

The Power Of The Dog (2021) versus The Searchers (1956)

Campion verwijst regelmatig naar het werk van John Ford. Ze doet dat stilistisch door ramen en vooral deuropeningen te gebruiken als frames binnen frames en thematisch wat betreft de cowboymythes in Fords westerns. De film verwijst ook indirect naar de persoon en het karakter van Ford. De Amerikaanse regisseur probeerde een mythe rond zichzelf te creëren, om te beginnen door zich voor te doen als een geboren Ier en te liegen over zijn geboortedatum. Hij was een man met een dubbele persoonlijkheid. Ford liet zich graag omringen door macho’s als John Wayne, wat hem er niet van weerhield tijdens het filmen als een kind op een zakdoek te sabbelen. Goede vriendin Katharine Hepburn noemde hem de meest fascinerende complexe man die ze ooit heeft gekend. Ze zag hoeveel moeite Ford had om zijn mannelijkheid te rijmen met zijn artistieke aard. Een opmerkelijke overeenkomst tussen de regisseur en cowboy Phil is hun grote afkeer voor baden. (*)

The Power of the Dog draait momenteel in de bioscoop en is daarna te zien via Netflix.

(*) Bron: Searching For John Ford van Joseph McBride (first St. Martin’s Griffin Edition: March 2003, pagina’s 230-233).

Popronde Alkmaar (vrijdag 12 november 2021)

di, 11/16/2021 - 09:33

De Alkmaarse editie van het reizende popfestival de Popronde werd noodgedwongen de laatste van 2021. De nieuwe coronamaatregelen, die afgelopen vrijdag tijdens het festival werden aangekondigd, maken het onmogelijk om deze maand de resterende avonden door te laten gaan. Dat is zonde, want het was een van de beste edities.

Wat de Popronde zo speciaal maakt, is tijdens de huidige pandemie enigszins problematisch: de kleine afstand tussen muzikanten en publiek. Slechts een enkele band speelt op een verhoogd podium in een gesubsidieerde zaal. De rest staat veelal op ooghoogte ergens in de hoek van een krap café. In een van de deelnemende Alkmaarse cafés moest je tussen de optredende band lopen om naar het toilet te kunnen. Bij het optreden waar wij vrijdag het festival begonnen, was de afstand tussen de drummer en mij ongeveer anderhalve meter. Ik maakte waarschijnlijk meer kans op gehoorbeschadiging dan op besmetting met het virus.

Cashmyra

Gronings postpunkduo Cashmyra speelt Nederlandstalig repertoire, iets wat ik pas na een paar nummers met zekerheid kon vaststellen. Staand achter drummer Djai-Mac Wolthof, hoorde ik vooral veel snaredrum en bekkens, redelijk wat gitaar en slechts de lagere regionen van Cashmyra Rozendaals stem. Teksten waren vanuit mijn positie niet te ontcijferen. Pas tijdens het uitsterven van feedback hoorde ik iets over nagels in de rug en kon ik me voorstellen waar de rest van de nummers over gaan. Het goed op elkaar ingespeelde duo gebruikte bondige riffs als basis voor gejaagde postpunk. Het beukwerk werd in het midden van de set op verrassende wijze onderbroken. De drummer verliet zijn instrument en kroop met de gitaar van Cashmyra achter de zangeres over de grond en tegen een versterker aan voor een stormachtige portie noise. Een van de gitaarsnaren haalde daardoor niet het einde van de set.

Het enige dat we tussen de optredens door meepikten van de persconferentie in Den Haag, was de veelvoud aan ministers op televisieschermen in elektronicawinkel Hi-Fi Klubben. We liepen voorbij de zaak, gingen bij de Laat de hoek om en haalden een polsbandje op bij de ingang van Urban Nomads Club. Minor Citizen deed binnen een laatste soundcheck voordat de band een optreden op verminderde kracht gaf, aangezien een van de bandleden thuis was gebleven. De gitarist/zanger speelde zittend en de drummer dempte zijn snaredrum met een theedoek. Op volle sterkte zou de band met een beetje gelukkig in de buurt zijn gekomen van de melodieuze postgrunge van Foo Fighters. De duobezetting maakte met de vele akkoorden en het te bescheiden getrommel weinig indruk. De gesprekken van de aanwezigen overstemden de liedjes.

atoomclub

Een paar deuren verderop was in meetingspace Laatmakers bij het optreden van atoomclub in theorie ook alle gelegenheid voor uitgebreide conversaties. Toch wist muzikant Hugo Heinen, in kleermakerszit gezeten op een Perzisch tapijt, met zijn kalm opgebouwde ambient en drones de aanwezigen tot zwijgen te brengen. Er was zelfs geen gefluister te horen. Ook het koffieapparaat hield zich grotendeels stil. Ambient is de kunst van het weglaten. Eén raak getroffen gitaarakkoord is voldoende om met behulp van effecten een volledige nummer mee te construeren. Een tweede akkoord kan te veel zijn. Atoomclub zocht de grenzen van het minimalisme op door in twee nummers maar liefst drie akkoorden te gebruiken. Ze werden herhaald met behulp van een delay-effectpedaal. Heinen voegde extra noten toe, die hij soms licht boog met de tremolo-arm. Hoe langer loops werden afgespeeld, hoe minder het leek alsof de geluiden door een gitaar waren voortgebracht. Het geheel was niet zo innovatief als bijvoorbeeld de Frippertronics van Robert Fripp of zo experimenteel als de spacerock van Flying Saucer Attack, maar aangenaam was het zeker.

Kalaallit Nunaat

Het kalme(rende) optreden van atoomclub was een mooi rustmoment in het zeer gevarieerde programma van de Popronde. Als je geen zin had in te veel decibellen, kon je kiezen uit pop, R&B, singer-songwriters en hiphop. Wij kozen voornamelijk voor gitaarlawaai en merkten aan terugkerende gezichten in het publiek dat we niet de enige waren die daar zin in hadden. De luidste band stond in Café Paradiso aan het Verdronkenoord. Het Rotterdamse trio Kalaallit Nunaat trapte vanaf de eerste maat met gestrekt been af en hield de vaart erin tot aan de afsluitende maat. De muzikanten bewogen als konijnen op batterijen van Duracell en produceerden opgewonden noiserock. Gitarist Redwin Rolleman boog zich meermaals boven effectpedalen en voor zijn versterker om gierende en razende geluiden voort te brengen. Zijn klanken werden gedragen door de herhalende vlotte baslijnen van half ontklede Jasper Werij en het hakwerk van besnorde drummer David Pop. De aanstekelijke geestdrift deed de ramen binnen een mum van tijd beslaan. Het was dringen in de voorste rijen. De anderhalvemetersamenleving leek voor heel even een begrip uit een ver tijdperk.

Naast Café Paradiso bevindt zich het Aloha Café. De verwijzingen naar het Amsterdamse podium Paradiso en het Nederlandse undergroundweekblad Aloha doen vermoeden dat de panden dezelfde eigenaar hebben. We hadden het optreden van CLOUDSURFERS eigenlijk niet gepland in ons eigen programma. De band uit Nijmegen bleek een vermakelijk tussendoortje met hun uptempo mix van surfgitaren en garagerock. Een betere plek om te schuilen voor de regen was er niet. Het toestromende publiek drukte ons tegen de vensterbank aan. De enige manier om een glimp op te vangen van het hardwerkende kwartet, was via het schermpje van een mobiele telefoon die iemand voor ons hoog in lucht hield. Vanuit de rechter ooghoek hielden we ondertussen in de gaten in welke richting een eenzame crowdsurfer zijn weg door de zaal zocht.

De basgitaar van VULVA (foto: Alex Kunst)

Onze laatste festivalhalte was culturele broedplaats HAL 25. Bij de ingang werden we tegengehouden door drie beschonken vrijwilligers. Hun dronken act met een rode touwbarrière was niet bepaald uitnodigend. We probeerden net te doen alsof ze niet bestonden en pikten binnen nog een staartje mee van de soundcheck van het duo VULVA. Kim Hoorweg (basgitaar/vocalen) droeg een t-shirt van Sunn O))), dus we wisten dat we aan het juiste adres waren. Tussen soundcheck en optreden werd een lang nummer van Swans gedraaid om in de stemming te blijven. Hoorweg maakt samen met Nadia van Osnabrugge (drums/vocalen) muziek die her en der omschreven wordt als postpunk/stoner doom. De tot op het bot afgekloven metal is afwisselend kruipend en op hol geslagen. De zwaar vervormde bas gonst laag, alsof een vliegtuig op het punt staat op het publiek neer te storten. Hoorweg en Van Osnabrugge gillen, grommen en zingen beurtelings of tegelijkertijd in nummers met titels als Kill The Baby en Fuck You. Op een enkel ingetogen moment na, is VULVA is niet bepaald geschikt voor tere zielen, maar die waren dan ook niet aanwezig in de zaal.

De vrijwilligers hadden hun plek bij de ingang verlaten en probeerden vlak voor ons met de touwbarrière het publiek naar voren te trekken. Ze veroorzaakten een joligheid die eigenlijk niet strookte met de ernst waarmee de muzikanten vanaf het podium hun kabaal over ons uitstortten. Waarschijnlijk was het juist het ontstane contrast dat het optreden extra de moeite waard maakte.

Surge (Aneil Karia, 2020)

zo, 09/26/2021 - 17:08

Het speelfilmdebuut van regisseur Aneil Karia gaat over de ineenstorting van een man, met acteur Ben Whishaw als onbesuisd middelpunt. Surge maakt je getuige van een vrije val zonder parachute.

Joseph (Ben Whishaw) leeft in Surge een verstopt bestaan. De surveillerende camera heeft tijdens het openingsshot enige tijd nodig om hem tussen de mensen op een vliegveld te spotten. Joseph werkt bij de luchthavencontrole en vraagt elke dag routineus aan passagiers of ze misschien een scherp voorwerp bij zich dragen. Hij fouilleert ze waar nodig. Tijdens de lunchpauze mengt hij zich niet in de gesprekken van zijn collega’s. Hij woont alleen thuis en ergert zich aan de storende stadsgeluiden die zijn kleine woning binnendringen.

Er is duidelijk iets aan de hand met Joseph. Hij is hypernerveus en staat op het punt om uit te barsten. De man raakt uit zijn doen wanneer hij met verwarde passagiers wordt geconfronteerd. De eerste is een oudere man die geen Engels spreekt. Hij geeft Joseph per ongeluk een klap tegen het hoofd. Iets kraakt in zijn schedel. Op een volgende werkdag krijgt hij opnieuw te maken met een labiel persoon. Deze man zegt Joseph te herkennen en wordt boos wanneer de herkenning niet wederzijds is. Zouden de twee elkaar eerder in een psychiatrische inrichting zijn tegengekomen?

Surge legt zo min mogelijk uit en laat conclusies over aan de kijker. Het is wel overduidelijk dat Joseph niet uit een warm nest komt. Vader (Ian Gelder) is een opvliegende hork en de zorgen van moeder (Ellie Haddington) herken je van grote afstand aan de groeven in haar gezicht. Een bezoek van Joseph aan zijn ouders is een extra duw richting een inzinking. De rest van de film zijn we getuige van zijn val richting de afgrond.

Ben Whishaw in Surge

De ondergang van Joseph levert een schouwspel op dat enerverend en verontrustend tegelijk is. De ongeremd spelende Ben Whishaw gooit alle remmen los en raast als een tornado door het stadscentrum, op de voet gevolgd door een documentair vastleggende camera en gadegeslagen door opgeschrikte toevallige passanten. Whishaw trekt zo krachtig alle aandacht naar zich toe, dat ik vergat te letten op filmtechniek en de manier waarop de muziek van Tujiko Noriko de kijker in het hoofd van het hoofdpersonage verplaatst.

De man die op zijn dagelijkse werk een soort grensbewaker is, gaat zelf op extreme manier over grenzen heen. Het lijkt geen doelbewuste actie, eerder een associatieve manier om los te komen van beklemmende conventies (*). Joseph is als het kind dat hij in de metro tegenkomt, maar hij heeft geen moeder om hem te corrigeren en op de gewenste omgangsregels te wijzen. Joseph reageert op overmatige prikkels door middel van sociale zelfmutilatie. Dat levert spannende taferelen op. De euforie die Joseph beleeft, is aanstekelijk, maar geeft ook reden tot bezorgdheid, want niemand in de grote stad ontfermt zich over hem. Nergens is een vangnet.

De tragiek van Joseph is dat zijn psychische ineenstorting door hem wordt ervaren als gelukzalig. Hij beleeft zijn donkerste dag als een bevrijdende trip. Surge zuigt je het centrum van de tornado in en laat je voelen hoe het moet zijn wanneer zelfcontrole wegvalt. Het is adembenemend en afschuwelijk tegelijk.

8/10

(*) Het kinderlijke plezier van Joseph kun je vergelijken met de opstandige kinderen in de invloedrijke anarchistische film Zéro De Conduite (Jean Vigo, 1933) (fragment). In beide films worden bedden gesloopt en dwarrelen veren als sneeuw door de kamer.