Over alles behalve design

Abonneren op feed Over alles behalve design
arthouse, classics, cult, Hollywood, music
Bijgewerkt: 2 uur 42 min geleden

Sexyland Space Impro # 3 in Amsterdam-Noord (zondag 25 juli 2021)

wo, 07/28/2021 - 09:51

Sexyland World is een cultureel clubhuis, ook al roept de eigenaardige naam totaal andere associaties op. De huidige locatie van de club is een rode blokkendoos aan de rand van het IJ, vlakbij het Pontplein in Amsterdam-Noord. Café De Ruimte organiseerde daar afgelopen zondagmiddag de derde editie van Sexyland Space Impro met drie zeer gevarieerde korte optredens.

Vroeger was een regenbui nog wel eens een reden om een concert over te slaan, maar na meer dan een jaar zonder livemuziek is dat nu geen optie meer. Het aangekondigde onweer hield ons afgelopen zondag niet tegen. Het laatste optreden dat ik bijwoonde was van Oscar Jan Hoogland en zea in OCCII op 13 juni 2020. Zondag was een mooie gelegenheid om de draad weer op te pikken bij hetzelfde duo, ditmaal in Amsterdam-Noord.

Oscar Jan Hoogland

Oscar Jan Hoogland speelde geknield voor zijn instrumentarium samen met Arnold de Boer van zea een akoestische set, tegen de felle zon beschermd door grote rode parasols. De stem, de gitaar en het percussieve spel van De Boer waaiden met de wind mee richting de langsvarende vracht- en plezierschepen. De muzikant werd soms overstemd door de begeleiding en speelse tegentonen van Hoogland. De toetsenist gebruikte ditmaal naast zijn gebruikelijke instrumenten, zoals geprepareerde piano en kleinere muzikale speeltjes, ook een gele scheidsrechtersfluit waarmee hij meeuwen deed opschrikken en onze trommelvliezen doorkliefde. Vertrouwde nummers, met onder meer een versie van Leadbelly’s The Bourgeois Blues, werden afgewisseld met enkele nieuwere, waaronder een a capella gezongen lied waarbij De Boer zijn stem versterkte door de handen rondom zijn mond te plaatsen. Ondanks het ontbreken van een microfoon wist hij het publiek toch stil te krijgen.

Ada Rave

De rest van het programma speelde zich binnen af. Argentijnse saxofoniste Ada Rave zocht tijdens haar abstracte improvisaties niet naar melodieën, maar naar methodes om via haar instrument te communiceren met blikjes en schaaltjes die voor haar op een tafeltje lagen. Door de juiste noten te raken resoneerden de voorwerpen om beurten mee, ook zonder dat ze in het uiteinde van de saxofoon waren geplaatst.

Peter Zegveld en Wolter Wierbos

De middag eindigde met het duo Peter Zegveld en Wolter Wierbos. De uitgebreide installatie van beeldend kunstenaar Zegveld, bestaand uit een wonderlijke verzameling machines, kraakdozen en percussieobjecten, deed vermoeden dat we vanwege hels volume uit de kleine ruimte zouden worden weggeblazen. Het tegendeel bleek het geval. De korte set was uitermate ingetogen en opvallend broos. Een metronoom tikte zacht, de machines ruisten en uit een tapedeck ontsnapten weemoedig klinkende orkestflarden. Zegvelds fluisteringen en voorzichtige kopstem werden nergens overstemd.

Het optreden was een muzikale dialoog tussen twee zeer verschillend ogende heren. De onverwoestbare oerkracht Zegveld paradeerde in gestreken wit overhemd driftig achter zijn machines terwijl Wierbos in luchtig vakantietenue vrolijk commentaar leverde met zijn trombone, soms relaxed zittend op een stoeltje nabij de uitgang. De trombonist reageerde op Zegvelds geluiden en meertalige associatieve invallen, soms komisch kletsend met hulp van een demper. Na bijna elk nummer moesten de machines bijgesteld worden voor het volgende nummer. Een Pavloviaans belletje diende als signaal voor de voortzetting van de performance.

Peter Zegveld

De set zat vol verrassingen. De toeschouwer had geen idee wat Zegveld van plan was en wat hij tevoorschijn zou toveren. Een stoom blazende doos en een spons in de vorm van een boek waren enkele van de opvallendste aanvullende attributen. Zegvelds zelfgebouwde constructie gaf me het gevoel dat ik me bevond in het binnenste van een groot uurwerk zonder zicht te hebben op de tijd.

In onderstaande video kun je de opening van de set bekijken en beluisteren.

Piccadilly (E. A. Dupont, 1929)

zo, 07/04/2021 - 16:32

Het British Film Institute houdt de Britse filmgeschiedenis levend door ook dit jaar onverdroten Blu-rays uit te geven. Naast obscure politieke films als Maeve uit 1982 (feminisme tijdens The Troubles) en Friendship’s Death uit 1987 (ruimtewezen Tilda Swinton landt in Jordanië tijdens Black September) worden ook bekende klassiekers digitaal opgepoetst en voorzien van nieuwe extra’s. Een daarvan is de zwijgende film Piccadilly met Chinees-Amerikaanse filmster Anna May Wong.

De Pools-Amerikaanse actrice en danseres Gilda Gray (1895-1959) heeft een bescheiden filmografie met slechts tien titels op IMDb. Danseres Mabel in de Britse zwijgende filmklassieker Piccadilly is waarschijnlijk Grays bekendste rol. De openingstitels doen vermoeden dat ze een hoofdrol speelt, maar dat is niet het geval. Gilda en Mabel worden meer dan eens naar de zijlijn gespeeld door andere acteurs en personages.

Mabel Greenfield (Gray) en haar danspartner Victor Smiles (Cyrill Ritchard) vormen de hoofdattractie van de Piccadilly Club in Londen. Het is echter Victor die de mensen naar de club trekt. Daar komt Mabel pas goed achter als ze genoeg heeft van Victors aanhoudende avances en hem laat ontslaan door clubeigenaar Valentine Wilmot (Jameson Thomas) met wie ze een relatie heeft. Het publiek blijft vervolgens weg en Wilmot moet een nieuwe aansprekende hoofdact zien te vinden. Hij ontdekt onder het onderbetaalde personeel de Chinese bordenwasser Shosho (Anna May Wong) en ziet in haar een potentiële exotische publiekstrekker.

Gilda Gray en Anna May Wong in Piccadilly

Niet Gilda Gray maar Anna May Wong (1905-1961) is de hoofdrolspeelster van Piccadilly. Wong heeft een natuurlijke acteerstijl die is te vergelijken met het spel van generatiegenoot Louise Brooks. Wong houdt het klein waar Gray gaat voor overdreven armgebaren. In hun eerste gezamenlijke scène heeft Wong slechts een subtiele gezichtsuitdrukking nodig om te laten zien dat ze de ware aard van de relatie tussen Mabel en Wilmot doorziet. Meer dan een halve glimlach heeft Anna May Wong niet nodig om Gilda Gray van het doek te spelen. Duitse regisseur E.A. Dupont profiteert volop van hun verschillende acteerstijlen, want het verhaal vraagt erom. Nog voordat Shosho indruk heeft gemaakt met haar eerste publieke dans, weet de oplettende kijker dat de carrière van Mabel in de Piccadilly Club voorbij is, net als haar relatie met de clubeigenaar.

Mabel Greenfield wordt overigens al naar de marge van het verhaal geduwd voordat Anna May Wong in beeld verschijnt. Eerder in de film voert ze een solodans uit, terwijl een ontevreden klant aan de rand van de zaal eenzaam zit te schransen aan een van de eettafels. Het is de vermaarde Britse acteur Charles Laughton in een van zijn vroege rollen. De klant raakt ontstemd over een vuil bord dat voor hem wordt neergelegd en uit zijn ongenoegen luidruchtig tijdens een ruzie met meerdere personeelsleden van de club (*). Niemand in de zaal heeft nog oog voor Mabel. Het vuile bord vormt de directe link naar Shosho. Wilmot gaat namelijk met het bord op zoek naar de boosdoener en ziet Shosho op een tafel dansen tussen het ongewassen servies.

Het einde van het tijdperk van de zwijgende film kende veel artistieke hoogtepunten en Piccadilly is daar een mooi voorbeeld van. Filmmakers hadden in die periode de beeldende manier van vertellen geperfectioneerd, vlak voordat de geluidsfilm definitief doorbrak en het gebabbel van acteurs belangrijker werd dan het beeld. In Piccadilly vallen vooral de decorontwerpen op van Alfred Junge, van de sierlijke trappen rondom het orkest in de club tot de benauwende Chinese verblijven in het arme stadsdeel Limehouse. Junge werkte later onder meer voor het legendarische filmduo Powell and Pressburger. Naast Anna May Wong valt ook King Hou Chang positief op als Shosho’s maatje Jim. De acteur speelt zonder poespas en laat door middel van simpele kauwbewegingen weten wat hij werkelijk vindt van Valentine Wilmot. Zijn droge spel zorgt voor humor wanneer Jim het kostuum van Shosho moet passen. King Hou Chang ambieerde geen filmcarrière en keerde na twee films terug naar het restaurant waar hij eigenaar van was.

Piccadilly is op YouTube te zien, maar de beste versie voor de thuisbioscoop is de Blu-ray die BFI vorige maand uitbracht met recente, jazzy filmmuziek van Neil Brand. Bij de extra’s vind je naast een uitgebreid overzicht van Anna May Wongs filmcarrière onder meer een vijf minuten durende proloog met geluid die later aan de film werd toegevoegd. Totaal overbodig natuurlijk, maar wel leuk om een keer gezien te hebben.

(*) Het gebakkelei over het vuile bord deed me denken aan Monty Python en een combinatie van Monty Python’s The Meaning of Life (1983), met Mr Creosote als de opgeblazen versie van Charles Laughton, en het gedoe rondom een vuile vork in de sketch The Diry Fork. Zou de scène uit Piccadilly een inspratiebron zijn geweest?

The Killing Of Two Lovers (Robert Machoian, 2020)

ma, 05/24/2021 - 14:39

The Killing Of Two Lovers is een kleine film over de gevolgen van een huwelijkscrisis in een Amerikaans gehucht. De film maakte vorig jaar indruk tijdens het Sundance Film Festival en draait vanaf 27 mei in Nederland.

The Killing Of Two Lovers laat meteen in de eerste scène zien hoeveel op het spel staat voor de hoofdpersonages. Een man richt een pistool op een slapende vrouw. Hij is geen overvaller, maar de echtgenoot. Het gaat duidelijk niet goed met David (Clayne Crawford). Hij leeft onder constante druk sinds hij gescheiden woont van zijn vrouw Nikki (Sepideh Moafi) en hun vier kinderen. David verblijft tijdelijk in het ouderlijk huis bij zijn zieke vader, hopend dat de breuk met Nikki uiteindelijk gelijmd zal worden. Het echtpaar heeft afgesproken dat ze in deze periode andere mensen mogen ontmoeten, maar de man kan zichzelf nauwelijks bedwingen na de komst van een nieuwe vriend in het leven van zijn vrouw. David woont nu op ruim honderd meter afstand van zijn gezin en volgt nauwgezet de stappen van Nikki, begeleid door de naargeestig schurende en wringende geluiden van sounddesigner Peter Albrechtsen.

De film bevindt zich in twee soorten ruimtes: de uitgestrekte vlaktes van een gehucht in Utah, dat bestaat uit slechts een paar straten, en krappe ruimtes, met name het interieur van de wagen waarmee David van het ene klusje naar het andere rijdt. In de lege vlaktes is David een eenzaam figuur. Buren groeten vriendelijk, maar hij heeft hier geen vrienden. De camera observeert tijdens deze scènes vaak een van veilige ruime afstand.

De intieme scènes in de wagen brengen ons dichter bij David. We zien hem samen met Nikki tijdens een date waarbij we merken dat er, ondanks hun conflicten, nog steeds chemie tussen de twee bestaat. De camera volgt ook een ritje van David met de kinderen, onbewogen filmend binnen de volgepropte cabine. Zonder woorden vertellen de beelden hoe benauwend het is om vader zijn. Het benauwende ouderschap wordt verbeeld binnen het smalle formaat 1.37:1. De spontaan acterende kinderen zitten vooraan in beeld, zodat vader een klein figuur wordt, verdrukt op de achtergrond. Vader zijn betekent dat de opvoeding van de kinderen voorop staat. Voor andere ambities, zoals de herstart van een muziekcarrière, is voorlopig geen plaats.

foto: Oscar Ignacio Jiminez

De acteerprestaties zijn over de gehele linie uitstekend, zowel van de veteranen als van de jeugdige nieuwkomers. De casting van acteur Chris Coy als Nikki’s nieuwe vriend Derek zorgt voor een onverwachte wending, zeker voor kijkers die Coy voornamelijk kennen als de kalme eigenaar van een homocafé in de HBO-serie The Deuce (2017-2019). Dereks kalmte is heel verraderlijk, zelfs tijdens het schijnbaar onschuldige eerste treffen tussen de twee rivalen bij een koffieapparaat in een winkel. De filmtitel en de openingsscène hebben de kijker vroeg in The Killing Of Two Lovers op scherp gezet. De ongemakkelijk aanvoelende spanning wordt voor de volle korte lengte van de film vastgehouden.

The Killing Of Two Lovers is on demand te zien via Picl en Vitamine Cineville en met een beetje geluk ook binnenkort weer op een groot scherm bij jou in de buurt.

8/10

I Start Counting! (David Greene, 1969)

za, 05/01/2021 - 14:16

Vorige maand bracht het British Film Institute een Blu-ray uit met de gerestaureerde versie van I Start Counting! Het is een zeer welkome uitgave, want de Britse thriller was tot nu toe moeilijk te vinden. De soundtrack van Basil Kirchin, die een paar jaar geleden voor het eerst op vinyl uitkwam, was een nieuwsgierig makende introductie.

I Start Counting! kende ik heel lang alleen als de naam van een Brits elektronisch muziekduo, totdat in 2018 de soundtrack van Basil Kirchin op lp verscheen. Kirchin (1927-2005) werd begin deze eeuw herontdekt dankzij speur- en spitwerk van Jonny Trunk van het label Trunk Records. De heruitgaven van Trunk zorgden voor meer bekendheid en herwaardering. Kirchin heeft de late erkenning gelukkig nog mee mogen maken.

De componist en muzikant produceerde in de jaren zestig library music die te ver van conventionele paden afdwaalde om veel aan te verdienen. Basil Kirchin bracht in de jaren zeventig twee albums uit onder de titel Worlds Within Worlds. Op de uitgave uit 1971 vormen vervormde tapegeluiden de ondergrond voor vrije improvisaties door gitarist Derek Bailey en saxofonist Evan Parker. Het uitgestelde tweede album, dat pas in 1974 verscheen, is nog experimenteler, met industriële noise en angstaanjagende bewerkte stemmen van waarschijnlijk de autistische kinderen waar Kirchins vrouw voor zorgde in het tehuis waar ze werkte. Brian Eno schreef een aanprijzing op de hoes, maar diens naam was niet voldoende voor het aanwakkeren van commercieel succes.

Basil Kirchin leek voorbestemd tot een bestaan in de obscuriteit. Toch heeft zijn werk sporen achtergelaten in muziek van anderen. Steven Stapleton van Nurse With Wound is zeker beïnvloed en de Britse band Broadcast (onder meer bekend van de soundtrack voor Berberian Sound Studio) prees het werk van Kirchin in interviews. De meisjeszang van Lindsay Moore in het pastorale lied waar I Start Counting! mee opent, doet denken aan de kinderlijk klinkende stem van Broadcast-zangeres Trish Keenan (1968-2011).

Het openingslied wijkt sterk af van Kirchins eerder genoemde, ontoegankelijk experimenten. De muziek past goed bij de onschuld van het veertienjarige, vroom katholieke hoofdpersonage Wynne (Jenny Agutter). Ze is te veel aan het fantaseren over een romantische relatie met haar geliefde, oudere stiefbroer George (Bryan Marshall) om zich zorgen te maken over de seriemoordenaar die actief is in de omgeving van haar oude huis. Het vaderloze gezin – met naast moeder (Madge Ryan) nog een broer (Gregory Phillips) en grootvader (Billy Russell) – is verhuisd naar een moderne flat (Point Royal in Bracknell *). Wynne keert regelmatig terug naar wat is overgebleven van het huis waar ze is opgegroeid, soms alleen en regelmatig met schoolvriendin Corinne (Clare Sutcliffe). Als opnieuw het lijk van een meisje komt bovendrijven, ziet Wynne haar broer George als de mogelijke dader. Het idee van George als moordenaar heeft een verontrustend effect op haar nimmer afnemende verliefdheid.

Het thrillerelement van I Start Counting! houdt het verhaal spannend, maar is niet het belangrijkste bestanddeel. De film gaat vooral over hoe Wynne omgaat met haar toenemende seksuele bewustzijn. Als de camera tijdens de openingstitels meer dan anderhalve minuut lang door haar slaapkamer glijdt, zien we objecten die horen bij dat van een schoolmeisje. Een schooluniform rust uit op een bureaustoel. Een kleine pop zit op een klassenfoto. Op de grond liggen een opengeslagen geschiedenisboek en een schoolschrift met tekeningen in de marge. Naast de tikkende Popeye-wekker zit het konijn uit Alice’s Adventures in Wonderland. Het konijn staat voor de fantasiewereld waar Wynne nog in leeft. Het meisje komt onder de dekens vandaan en we zien dat ze bijna volwassen is. Kirchins muziek lijkt al met nostalgie terug te kijken naar een voorbije kindertijd.

Niet alleen interieurs zeggen iets over het hoofdpersonage. Regisseur David Greene kiest ook voor veelbetekenende buitenlocaties. Wynne wordt buiten vaak omringd door bouwterreinen en moderne architectuur als symbool voor het nieuwe volwassen leven dat onvermijdelijke zijn intrede zal doen. Het op instortende staande oude huis vertegenwoordigt een levensfase die op het punt staat te worden afgebroken. Het smetteloze wit van de kinderwereld, zoals te zien is in de slaapkamer, zal besmeurd raken, net zoals de witte trui die Wynne aan George heeft gegeven.

Jenny Agutter en Bryan Marshall in I Start Counting!

De film volgt het verhaal van Wynne consequent vanuit haar perspectief. Het meisje bespiedt de volwassen wereld met kinderlijke nieuwsgierigheid. De onbevangen wijze waarop actrice Jenny Agutter speelt tijdens haar confrontaties met tegenspeler Bryan Marshall, maken hun scènes ongemakkelijk. Wynne ziet elke aandacht aan voor een flirt, terwijl George geen enkele bijbedoeling heeft en vooral vaderlijk met het meisje wil omgaan. Hij heeft geen weet van Wynne’s gevoelens voor hem. Het meisje komt erachter dat ongemakken en tegenspoed niet zijn af te houden door eenvoudigweg hardop te tellen. De botsing tussen haar fantasieën met de werkelijkheid komt hard aan. Volwassen worden doet pijn.

De Blu-ray van BFI bevat onder meer uitgebreide interviews met scenarist Richard Harris (The Avengers, A Touch of Frost) en actrice Jenny Agutter (Walkabout, Logan’s Run, An American Werewolf In London). Jonny Trunk vertelt over het werk van Basil Kirchin en doet dat vanwege de pandemie noodgedwongen via Skype. Naast contextuele archiefbeelden uit de BFI-collectie bevat de schijf ook de korte jeugdfilm Danger On Dartmoor (David Eady, 1980), geschreven door Audrey Erskine Lindop, de auteur van het boek I Start Counting!.

* Het personage van Sean Connery in The Offence (1972) woont in dezelfde flat.

Imagine Film Festival: Hunted

ma, 04/19/2021 - 20:41

Hunted opent met een nachtelijke vertelling bij brandend sprokkelhout in een donker bos. Een moeder vertelt haar zoontje over een mythe met wolven als redders in nood. De dieren beschermen een vrouw tegen de aanval van een groepje kruisvaarders. Moraal van het verhaal: mannen zijn gevaarlijker dan wolven. De mythe blijft vanzelfsprekend resoneren in de rest van de film. Hunted wordt gepresenteerd als modern sprookje en is een kruising tussen Roodkapje en Deliverance.

Roodkapje in Hunted (Vincent Paronnaud, 2020) is Française Ève (Lucie Debay). Ze werkt in het buitenland aan een bouwproject. Haar opdrachtgever is de eerste mannelijke bullebak in de film. ‘s Avonds blaast Ève stoom af in de enige nachtclub in de buurt. De dienstdoende DJ draait voornamelijk lompe New Beat. Ève wordt aan de bar lastiggevallen door nare man nummer twee. Hij wordt weggejaagd door The Guy (Arieh Worthalter). Zijn overdreven dansje eerder op de dansvloer belooft weinig goeds, maar Ève valt voor zijn charmes. Niet veel later zit ze met The Guy op de achterbank van zijn auto. Wanneer het simpele maatje (Ciaran O’Brien) van The Guy achter het stuur stapt, begint Ève zich pas zorgen te maken over de afloop van de ontmoeting.

Ève is tijdens het kat-en-muisspel waar de rest van de film uit bestaat niet alleen slachtoffer van mannelijke roofdieren, maar ook van een gemakzuchtig script en verkeerde beslissingen. Ze heeft van het ene op het andere moment zomaar geen mobiele telefoon meer en vraagt bij het afgelegen benzinestation aan de medewerker of hij een taxi wil bellen in plaats van het alarmnummer. Overdag loopt ze te dagdromen in de natuur, ondanks het gevaar dat daar nog lang niet is geweken. De film lijkt weinig interesse te hebben in het vrouwelijke hoofdpersonage en besteedt liever filmtijd aan het achtervolgende, stuntelende mannenduo.

Arieh Worthalter in Hunted

Met zijn goedverzorgde Charles Manson-uiterlijk speelt Arieh Worthalter een karikatuur van een mannelijk monster en karikaturen zijn meestal lachwekkend. De schmierende acteur irriteert meer dan dat hij angst aanjaagt. Betere films in het genre, zoals Alone (John Hyams, 2020) en Bumperkleef (Lodewijk Crijns, 2019), hebben de afgelopen tijd laten zien dat de beste boemannen schuilgaan achter gezichten van op het oog doodgewone mannen van wie je weinig kwaads vermoedt, totdat het tegendeel is bewezen.

Hunted heeft op visueel vlak zo zijn momenten, zoals de introductie van de blauwe verf tijdens het rennen tussen de bomen. Het bos blijkt minder verlaten dan de film eerder deed vermoeden.

Imagine Film Festival: Minor Premise + The Stylist

zo, 04/18/2021 - 10:14

Tijdens de afgelopen online editie van het Imagine Film Festival draaiden twee films waarin realistische identiteitscrises de aanleiding zijn voor duistere taferelen. De hoofdpersonages in Minor Premise en The Stylist proberen elk op hun eigen manier een oplossing te vinden voor de verwarring in hun hoofd.

Neurowetenschapper Ethan (Sathya Sridharan) heeft in Minor Premise (Eric Schultz, 2020) tegenstrijdige gevoelens van wrok en verdriet na het overlijden van zijn vader Paul (Nikolas Kontomanolis). De wrok komt voort uit gebrek aan erkenning. Hij heeft een uitvinding van zijn vader omgezet in een revolutionair apparaat, maar krijgt geen recht op het patent. Het apparaat kan zowel herinneringen omzetten in beelden als het bewustzijn van mensen manipuleren. Ethan experimenteert op zichzelf in de kelder thuis en krijgt last van plotselinge black-outs. Zijn bewustzijn blijkt opgesplitst in tien losstaande identiteiten die geen weet hebben van elkaars bestaan en elkaar binnen een korte, vaststaande tijd opvolgen. Collega Alli (Paton Ashbrook) helpt hem om een oplossing te vinden voor de identiteitscrisis. Haast is geboden, want elke identiteit brandt na geruime tijd volledig op.

Paton Ashbrook in Minor Premise

De kelder van Ethan doet denken aan de werkplaats van Seth Brundle (Jeff Goldblum) in David Cronenbergs versie van The Fly. Zijn hulpvaardige Alli heet Veronica (Geena Davis). De transformatie van Seth is fysiek. Hij verandert na een foutje tijdens een transportatie-experiment langzaam in een reusachtig vlieg. De transformaties van Ethan spelen zich af in zijn brein. We zien dezelfde acteur, maar het personage verandert binnen een uur meermaals van karakter. De herinneringen aan zijn vader keren regelmatig terug, soms in zijn hoofd en soms als de ruwe opnamen die hij van zijn herinneringen heeft gemaakt. Het overlijden van vader was een schok. Het effect van die schok is een aanleiding voor psychische nood die in de film wordt verbeeld als een uit de hand gelopen wetenschappelijk experiment.

Minor Premise is een kleine productie die tijdens de coronacrisis in première ging en goed past in tijden van isolatie en verwarring. De meeste gebeurtenissen vinden met slechts enkele acteurs plaats in Ethans huis. Van de buitenwereld krijgen we nauwelijks iets mee. Sathya Sridharan mag uitgebreid de reikwijdte van zijn acteerkunst tonen. De gefragmenteerde montage voert de kijker mee in het versplinterde brein van Ethan door onder meer te putten uit de opgenomen herinneringen en CCTV-beelden. De wetenschappelijke theorieën die aan het verhaal ten grondslag liggen, staan de spanning niet in de weg. Zoals meestal in dit soort films vindt de uitleg plaats met hulp van een schoolbord. Een van de bijrollen is voor acteur Dana Ashbrook. Ik moest even opzoeken waarom zijn gezicht mij zo bekend voorkwam. Anderen zullen Ashbrook ondanks zijn grijs geworden haren waarschijnlijk meteen herkend hebben als Bobby Briggs uit Twin Peaks.

Najarra Townsend in The Stylist

Ethan heeft in Minor Premise last van te veel identiteiten. Haarstyliste Claire (Najarra Townsend) heeft in The Stylist (Jill Gevargizian, 2020) juist een gebrek aan identiteit. Enigst kind Claire is door het vroege overlijden van haar ouders vervreemd geraakt van de buitenwereld. Ze woont in haar eentje in een groot, spookachtig huis. Claire is een buitenstaander. Ze vindt geen aansluiting bij de mensen om haar heen en heeft een minderwaardigheidscomplex. Het maakt de vrouw sociaal onzichtbaar. Ze heet niet voor niets Claire, naar het Franse woord voor doorzichtig.

The Stylist gaat over identiteit als oppervlakte. Claire heeft geen zicht op wat er in andere mensen omgaat. Ze is niet in staat achter hun uiterlijk te kijken of hun handelingen juist te interpreteren. De vrouw denkt dat ze pas iemand is als ze gedrag en uiterlijke kenmerken van anderen kan imiteren. De lugubere openingsscène laat zien welke oplossing de haarstyliste heeft bedacht om zichzelf een identiteit aan te meten. Net als Ethan in Minor Premise bewaart ze haar geheim in de kelder. Claire probeert haar impulsen te beheersen door de kelder dicht te timmeren, maar die oplossing werkt averechts. Ze raakt geobsedeerd door vaste klant Olivia (een heerlijk onuitstaanbare Brea Grant) die een nieuw kapsel nodig heeft voor een aanstaande bruiloft. Claire ziet het contact met Olivia als het begin van een innige vriendschap.

De dagelijkse ongemakkelijke contacten van Claire zijn pijnlijker om te aanschouwen dan de bloederige scènes, want het realisme van haar ongemak is herkenbaarder dan de horror. The Stylist moet als genrefilm verder niet al te letterlijk worden genomen. Sommige kijkers konden niet geloven dat de politie niet in staat was Claire te vinden, zelfs met behoorlijk duidelijke CCTV-beelden tot hun beschikking. Het is binnen de film juist logisch dat de vrouw onder de radar blijft. De vrouw gaat zo onzichtbaar door het leven dat zelfs de politie haar niet kan vinden.